dinsdag 9 juli 2013

Oosterhout (NB) 2010, Nationale Pupillendag

Op 19 juni 2010 werd de jaarlijkse Nationale Pupillendag gehouden in het Noord-Brabantse Oosterhout (ter onderscheid van de gelijknamige plaats in Gelderland dikwijls geschreven met de toevoeging NB). De Nationale Pupillendag is een eendaags evenement en geldt als het Nederlands kampioenschap schaken voor 7, 8 en 9 jarigen, resp. de H-, G- en F-categorie. De drie jaar ervoor had het evenement plaats gevonden in Gouda, en de bedoeling was dat Oosterhout voor de opvolgende jaren de organisatie ter hand zou nemen. Dat laatste kwam er niet van. Vanwege een niet geheel vlekkeloos verloop bleef de aflevering van 2010 voor Oosterhout een eenmalige. Het jaar erna werd het festijn verplaatst naar Roosendaal.

Dat was sneu voor Oosterhout maar die beslissing was aan de ene kant wel een beetje begrijpelijk. Ik was erbij die dag, en herinner mij de ronduit bizarre chaos waarin het toernooi een aanvang nam. Het licht in de ramenloze speelzaal was niet in orde, de geluidsinstallatie haperde, de speelzaal - of liever gezegd het speelhol - was eigenlijk al te klein om ruimte te bieden aan de pakweg 80 deelnemertjes en tafelleiders, ik zie nog voor me hoe de kinderen zich tussen smalle tafels door moesten wurmen op zoek naar hun, in het begin onvindbare plek, laat staan dat er ruimte was voor de vele bezorgde ouders die hun kroost veilig naar hun eerste tafel wilden loodsen, in plaats waarvan zij gemaand werden zich uitsluitend op te houden achter de aan de smalle zijkanten - alwaar aan de muur een indeling van de eerste ronde hing - gespannen linten en touwen en zelfs een ijzeren dranghek, daarmee nieuwe ondoordringbare files veroorzakend zodat op zeker moment boze ouders ("Is dit een NK?!") en kinderen vooruit noch achteruit konden. Nee, dit was voor Oosterhout geen goed begin.


Een soort discotheek als speelzaal voor een NK schaken!

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat het toernooi voor de rest op rolletjes en in uitstekende sfeer verliep. Na de eerste ronde nam alles en iedereen zijn weg (kinderen nemen zaken meestal gewoon zoals ze zijn, ouders hobbelen daar in de regel uiteindelijk vanzelf achteraan), buiten was een speeltuin, er was een terras, een voetbalveld waar volop gebruik van werd gemaakt, het weer aangenaam, en het naastgelegen gebouw kende een gezellige kantine waar – last but not least - 's middags de voetbalwedstrijd Nederland-Japan (weet u het nog? begin zomer 2010: WK voetbal in Zuid-Afrika!) voor een enthousiast oranje gekleurd schaak- en voetbalpubliek op groot scherm vertoond werd.

WK voetbal 2010 in Zuid-Afrika: Nederland - Japan op groot scherm
(Nederland won met 1-0, een schaakuitslag).

Helaas, dat alles mocht niet meer baten. Het arme Oosterhout, dat haar taak zonder enige twijfel plichtvol en met veel enthousiasme en grote verwachtingen had opgevat, werd de schlemiel van schaakorganiserend Nederland. Al snel werd bekend dat het kampioenschap de jaren erna elders zou worden georganiseerd, de naam Oosterhout raakte in de vergetelheid, de website van het toernooi met deelnemers, standen en uitslagen bleek even later opgeheven - het leek alsof Oosterhout doelbewust uit de geschiedenis van het Nederlandse jeugdschaak werd gewist. Zelfs zij die er die dag bij waren vergaten veelal haar naam en behielden slechts herinnering aan het beeld van dat rommelige begin.

Enkelingen uitgezonderd dan. Zoals schrijver dezes. Hij was er samen met zijn zoontje. Krap een half jaar schakend was de rating van de laatste in een paar maanden tijd zo omhoog geschoten dat de regionale bond voor hem een vrijplaats had aangevraagd en verkregen voor niets minder dan het Nederlands Kampioenschap! Opgestaan voor dag en dauw waren wij die dag vanuit het hoge noorden vertrokken, en zelfs zonder enig oponthoud arriveerden we maar ternauwernood voor het sluiten van de aanmelding op de plaats van bestemming. Het was een voorbode.

Het geluk scheen ons die dag toe, alles wat maar goed kon gaan ging goed, het was alsof een engeltje had besloten maar eens van 's ochtend vroeg tot 's avonds laat beurtelings op ons beider schoudertjes door te brengen. Praktisch vanuit het niets werd zoonlief Nederlands kampioen in de jongste leeftijdsgroep, de H-categorie, kinderen t/m 7 jaar, met de perfecte score van 7 uit 7.

Een cruciale partij in de zegetocht van die dag vond plaats in de vijfde ronde tegen favoriet Maarten Hoeneveld uit Amsterdam. Als enige van de H-deelnemers had Maarten, naar ik meen toen al twee jaar schakend, een rating boven de 1000 punten. De partij werd gespeeld op bord één. De topborden bevonden zich in de hoek van de zaal, die uitkwam op een geopende, dubbele deur die als nooduitgang diende, welke doorgang – ondanks verzoeken van de organisatie om deze vrij te laten – door een groot aantal ouders werd benut om de verrichtingen van hun helden van zo nabij mogelijk mee te maken. Dat gold zeker voor mij, want bord één bevond zich aan de uiterste rand zodat ik na de pauze al ‘mijn’ partijen vrijwel op de voet kon volgen en niet in de laatste plaats in de gelegenheid was om een aantal – naar later bleek – belangwekkende foto’s te maken.

De partij tegen Maarten kent enkele opmerkelijke momenten, waarbij bij twee keer de hoofdrol wordt vervuld door een pion. Zonder meer de belangrijkste daarvan vindt plaats aan het einde van de partij, als de kleine Amsterdamse speler, spelend met zwart, zich in een vlaag van onoplettendheid mat laat zetten door het in rang laagste stuk van het schaakspel. Maar al eerder in de partij doet zich een curieus pionmoment voor. Alvorens verder te lezen wordt de lezer gevraagd de onregelmatigheid in de stelling op onderstaande foto op te sporen, of – als de foto te onduidelijk is – in die van het bijbehorende diagram.
Zoek de onregelmatigheid in de stelling ... (klik op foto om te vergroten)

Diagram 1

De geoefende schaker zal het snel opgevallen zijn. Hoe in hemelsnaam heeft de witte loper op b1 zijn thuishaven f1 verlaten? Theoretisch is het mogelijk: zwart heeft de loper op f1 geslagen en d.m.v. een ingewikkelde promotie van één van de twee ontbrekende witte pionnen in de stelling is deze in een tweede leven op b1 beland. Praktisch gezien natuurlijk onbestaanbaar. Hoe dan is deze stelling tot stand gekomen, hoe is dat gapende witte gat van f1 te verklaren?

Bedacht dient te worden dat notatie van partijen in deze leeftijdsklassen, ook op NK’s, nog geheel niet aan de orde is. Daar waar op die manier vele prachtige partijen anoniem in het grote niets verdwijnen, heb ik het geluk dat de partijen van de eerste drie borden digitaal geregistreerd en live worden uitgezonden. De zettenreeks van eerste deel van de partij kan ik daardoor later thuis op internet terugvinden en nog eens op mijn gemak bekijken:  


1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Lc4 Lc5 4. Pc3 d6 5. d3 Pd4 6. Lg5 Pxf3 7. Dxf3
Tijdens de partij stel zie ik de zwartspeler de situatie taxeren, hij komt tot de conclusie dat de loper op g5 zonder risico genomen kan worden omdat er voor hem geen mat dreigt. En hoewel de computer het voordeel aan wit geeft vrees ik dat het verlies van de loper niet tot het vooropgezette plan van de man met de witte stukken behoorde.

7. … Dxg5 8. Dxf7+ Kd8 9. Lb5 c6 10. Lc4 Pf6 11. 0-0 Ld7 12. a3 b5 13. La2 Pg4 14.b4 Lxf2+ 15. Txf2 Pxf2.

Zie diagram 2. De stelling ziet er al bedenkelijk uit voor wit. Maar bij kinderschaak is een partij niet eerder afgelopen dan wanneer de koning mat staat.
Diagram 2

De digitale weergave van de partij wordt vanaf hier gestaakt. In de weken erna begin ik te begrijpen waarom. Ik kom tot de conclusie dat er iets onreglementairs gebeurd moet zijn. Enerzijds aan de hand van enkele, volkomen toevallig gemaakte foto's gedurende en na afloop van de partij, en anderzijds dankzij enige visuele herinnering, weet ik de rest van het zettenverloop uiteindelijk geheel te reconstrueren.

Op zet 16 slaat wit met de dame op f2, en hoewel er tijdens de partij mij niets is opgevallen is, moet bij deze actie de pion op d3 omgevallen en per abuis op e2 teruggeplaatst zijn. Wit doet dus eigenlijk twee zetten achterelkaar (overtreding 1), hij speelt eerst 16. Dxf2, gevolgd door een dubbel onreglementaire zet, immers een pion naar achteren en nog schuin ook: pion d3 naar e2! Ja, in Oosterhout 2010 was alles mogelijk: men organiseerde er een Nederlands kampioenschap schaken in een halfduistere discotheek en je kon er nationaal kampioen worden met een drievoudig onreglementaire manoeuvre …

Ter verdediging van wit mag gesteld worden dat hij geen voordeel ontleent aan de zet, integendeel, het is zwart die gebruik maakt van de nieuw onstane situatie. Zijn dame dringt de witte stelling binnen, klaar om er dood en verderf te zaaien. Daar bovenop: de schrijver/vader zou een en ander niet aan de openbaarheid prijs hebben gegeven als het vervolg niet had geleid tot een werkelijk prachtige verdediging van de witspeler enkele zetten later, waarmee hij – ondanks het geluk dat hem in deze partij ten deel valt – aantoont de titel toch waard te zijn. Dit is het vervolg:  

16 … Dd2 17. Df3 Dxc2 18. Lb1 Dc1+ 19. Kf2 Kc7 20. Pa2 Db2
Diagram 3

Vol trots heb ik toegezien hoe wit zich tot het uiterste verzet, maar bij het bereiken van deze stelling bemerk ik hoe ik even iets weg slik. Het verlies van de toren op a1, ongedekt en opgesloten in de hoek, is onafwendbaar en daarmee de partij. Ik realiseer me dat de droom, die hele stille droom (winnen van de grote Maarten Hoeneveld en wie weet wat er daarna nog mogelijk zou zijn geweest …), nu dan toch werkelijk uit is; wees eerlijk, het was allemaal ook te mooi geweest.

Eén omstandigheid echter is niet in overeenstemming met al deze overwegingen. De weerstand van de witte verdediger lijkt nog altijd ongebroken, niets in zijn lichaamstaal wijst op overgave. Meer dan dat: na een denkpauze zie ik hoe hij zijn dame oppakt en vol overtuiging pal tegen de vijandelijke dame aan plaatst. 21. Dc3!!

Op afstand en reikhalzend, in een haag van toeschouwers, probeer ik de situatie op het bord tot mij te nemen en voel weer enige hoop gloren. Hoop die minder op begrip van de stelling gebaseerd is dan op de ingespannen houdingen van beide spelers, ten teken dat de heren nog steeds aan een serieuze partij bezig zijn. Mij lukt het niet de stelling meteen te doorgronden. Pas op de terugweg in de auto schiet mij de naam te binnen van de speelfiguur die ik in één van de stapboeken tegengekomen ben en tot dan onbekend voor mij was. Een onvervalste röntgendekking! De witte dame dekt door de zwarte dame heen de toren en wordt op haar beurt gedekt door het paard. Niet slecht voor een 7-jarige!

In een oud vergeeld boekje dat ik een maand eerder in de hand gedrukt heb gekregen van één van de jeugdtrainers vanwege de vermeende snelle vorderingen van zijn pupil, ‘Handleiding Jeugdclubtrainer Stap 3’ van Rob Brunia en Cor van Wijgerden, lees ik later op blz. 65 en 66 (vierde druk 1998): “Dames, torens en lopers die elkaar wederzijds aanvallen hebben indirecte invloed op de velden achter (indien aanwezig) het vijandelijke stuk. Deze röntgenwerking geeft allerlei aardige mogelijkheden (….). Dit is vaak een openbaring voor de leerlingen!” Waar ik dus aan toe kan voegen: niet alleen voor de leerlingen, ook voor hun ouders!

De röntgenfiguur is fraai, maar zie ook hoe plotseling al de door de zwarte dame aangevallen stukken én al haar mogelijke ontsnappingsvelden door wit worden gedekt. Een vluchtweg is er niet voor zwart, de dameruil is gedwongen en de witte toren gered. Het vervolg van de partij: 21. ... Taf8+ 22. Ke3Dxc3+ 23. Pxc3 g5 24. a4 en nu zijn we aanbeland bij de stelling van diagram 1.

Ondanks de mooie verdediging is wits positie nog steeds niet rooskleurig. Hij probeert druk te houden met wat eigenlijk niet meer zijn dan speldenprikken. En, het motto van Johan Cruyff indachtig, dat ‘zolang jij de bal hebt, zij niet kenne score' blijft hij waar mógelijk schaakjes geven, immers: ‘zolang jij schaak geeft, ken hij jouw geen mat sette’!

Het verloop van de partij gaat nu snel, te snel voor mij om het precies te volgen. Het staat vast dat dit de laatste, dramatische, zetten zijn:

24 ... bxa4 25. Txa4 Kb7 26. Ld3 c5 Slimme zet van zwart: de loper dreigt sneaky de toren te slaan Misschien niet eens opgemerkt door wit, want die ziet een schaakje: 27. La6+ Kc7 28. Pd5+ . Nog een schaakje, in feite al even onschuldig.  

Diagram 4

Na 28 .. Kb8 of Kd8 is wit uitgepraat en kan zwart het heft in handen nemen. Hij verkiest echter de gang naar voren, het onheil tegemoet:

28. ... Kc6?? 29. b5 #
Het laatste schaakje. De zelfverzekerde houding van de zwartspeler is omgeslagen in het tegendeel, ik zie plotselinge grote schrik bij hem. De witspeler hoor ik, niet luid of hard, maar wel duidelijk en onmiskenbaar met enige verbazing in zijn stem uitroepen: “Ik heb gewonnen!” Het is mat. Mat met een pion!
Thuisgekomen ontdek ik de volgende foto op mijn toestel.

Oosterhoutse mystiek

Aan de hand van deze foto was ik in staat de matpositie en van daaruit de laatste zettenreeks van de partij te achterhalen. Dat er op 19 juni 2010 iets mystieks in de lucht hing in Oosterhout staat als een paal boven water. Hoe anders immers is het wonderlijke beeld van deze foto te verklaren:
De partij is afgelopen en de matadoren zetten, zoals het hoort, de schaakstukken gezamenlijk terug op hun beginplek. De meesten staan weer op hun plaats, waaronder de mat gezette zwarte koning. Een witte pion en een wit paard liggen horizontaal op het bord te wachten om afgevoerd te worden.
Drie witte stukken echter nemen als enige de positie in van de stelling waarin de partij – die beslissend bleek voor het kampioenschap - zojuist beëindigd is. De loper op a6, het paard op d5 en de (mat)pion op b5. Het zijn exact de drie stukken die enkele ogenblikken eerder gezamenlijk de zwarte koning in een matnet gevangen hebben. Alsof het heilige stukken zijn die zo lang mogelijk niet aangeraakt mochten worden …
De jaren erna nemen we uiteraard deel aan de Pupillendagen in Roosendaal. Ook bij jeugd NK’s in Waalwijk en Rijswijk zijn we van de partij, alsook in Amersfoort bij de KNSB jeugdteam competitie. Illustere plaatsnamen in de wereld van jeugdschaak Nederland. Aan magie echter moeten ze het bij ons ver afleggen tegen Oosterhout. Zelfs al mochten we ooit nog eens aanschuiven in een meestergroep van Wijk aan Zee, het haalt het niet bij Oosterhout. Ja, Oosterhout. Oosterhout in Noord-Brabant welteverstaan.


dinsdag 18 juni 2013

Nationale Pupillendag: van Roosendaal naar Uithuizen?

Half juni, voor de beste schaakkinderen per provincie betekent dat Nationale Pupillendag! Het Nederlands kampioenschap schaken voor de drie laagste leeftijdsgroepen, de H-, G- en F-categorie, resp. t/m 7, 8 en 9 jaar. De afgelopen drie jaren voor ons het onbetwiste hoogtepunt van het schaakseizoen. Memorabele jaren.

Foto Paardensprong site
Foto Paardensprong site
In plaats van te schaken ging Eelke, voor het eerst te oud voor de Pupillendag, op kampeerweekend met zijn schaakclub de Paardensprong. Ja, u leest het goed: op de Nationale Pupillendag was jeugdschaakclub SC de Paardensprong uit Groningen, jarenlang nadrukkelijk aanwezig op het belangrijkste Nederlandse kinderschaakevenement, op kampeerweekend! Een zo opvallend feit, dat een wantrouwende jeugdschaakwatcher hier een of andere boycot achter zou kunnen vermoeden, maar de werkelijkheid is – gelukkig, hoewel daarom niet minder zorgelijk – iets banaler: geen enkele Paardenspronger had zich in de voorronde weten te kwalificeren. Ter geruststelling, mij is verzekerd dat dit verschijnsel van tijdelijke aard is en dat nieuwe toppers in de maak zijn!

Daar waar Eelke zich – zonder ook maar het geringste sentiment - verheugde op een weekend spetterend kamperen, manifesteerden zich - hoe meer de zaterdag naderde - bij mij als ervaren Nationale Pupillendagganger psychische afkickverschijnselen. Er waren drie manieren waarop ik deze te lijf kon gaan. Meegaan naar de camping in een poging tot een tweede leven als kampeervader, thuis blijven en een beetje zielig een hele zaterdag achter een beeldscherm live kinderschaakpartijen zitten volgen, of toch nog doen alsof je erbij hoort en brutaalweg gewoon naar de Pupillendag toe gaan. De niet al te mooie weersverwachtingen gaven de doorslag, ik koos voor het laatste. Zaterdagochtend vroeg nam ik de trein naar het verre Roosendaal.

Reisde Eelke twee weken geleden voor het eerst zonder begeleidende ouder af naar een schaaktoernooi, toen naar Rotterdam, nu deed zich dus het omgekeerde voor: ík ging alleen op pad. Frappant hoe in beide gevallen de ‘pijn’ bij jou als ouder ligt, nu zelfs nog veel meer dan toen. Als verweesde schaakvader sla ik mij door de Pupillendag heen. Bij de enkeling die toch durft te vragen wat mij er brengt, bedien ik mij van het nogal onwaarschijnlijke excuus dat ik toch in de buurt was.

Nu moeten we hier ook niet weer al te dramatisch over doen natuurlijk. Op dezelfde locatie als vorig jaar, het Jan Tinbergen College, organiseert schaakvereniging de Pion uit Roosendaal weer een perfecte schaakdag. Genieten geblazen. Het enige wat je mist is de spanning die je voelt als er eigen bloed van je aan de schaaktafel zit. Maar dat is iets waar een organisatie niet voor kan zorgen.

Foto Ad Bruijns
Foto Ad Bruijns
Objectief gezien is deze Pupillendag – wat de hoofdprijzen betreft - zelfs veel en veel spannender dan welke van de vorige afleveringen ook. In de eerste ronden zijn er al meerdere verrassingen te noteren, in geen van de drie categorieën tekent zich in de loop van de dag één duidelijke favoriet af, zowel in de H-, G- als F-groep is het aan de top voortdurend stuivertje wisselen en steeds wordt de strijd pas in de laatste ronde beslist als de overgebleven kanshebbers tegen elkaar spelen, in de F-categorie zelfs in de laatste zetten en letterlijk speelseconden. De sfeervolle gezelligheid die in de aula heerst is bedrieglijk te noemen, omdat in de verderop gelegen speelruimte zich tegelijkertijd drie afzonderlijke thrillers aan het voltrekken zijn.



De noordelijke spelers die zich in deze strijd mengen, redden het uiteindelijk net niet. In de H-groep is Wessel Adema van schaakclub Sneek als eerste geplaatst op rating, maar hij verliest meteen in de eerste ronde, en nog wel van provinciegenoot Marthijn Kooistra uit Leeuwarden. Hij herstelt zich met vijf overwinningen op rij prima. In de laatste ronde, waarin de vier koplopers - allen met 5 punten - het op de hoogste borden tegen elkaar opnemen, legt hij het af tegen de uiteindelijke winnaar (op weerstandspunten) Yichen Han, naar ik begrijp geboren in 2007, dus in dit jaar de leeftijd van nog maar 6 jaar bereikend! In de partij doet zich echter een moment voor waar een mens nog wel even van wakker kan liggen:


Wit heeft net 68. g5 gespeeld. Wessel met zwart speelt 68. ..,Tg7. Als hij de toren één veld verder schuift, naar h7, is het schaakmat. Een herkansing: 69. c6. Maar ook nu niet 69 ..,Th7#. De eindstand had er dan - voor beiden - licht anders uitgezien.

De nummers 3 t/m 8 eindigen allen op 5 punten, waaronder Loek van der Hagen van SC Haren, die dankzij zijn vijfde plaats een beker mee naar huis mag nemen. Op diezelfde vermaledijde weerstandspunten valt Wessel net buiten de prijzen, maar er komen zonder twijfel nieuwe kansen. Hoe dan ook, in de H-categegorie dus goed nieuws voor het noordelijk schaken, zoals ook voor het vrouwelijk schaken. Kimmily Tran, de uiteindelijke meisjeskampioen, en de verrassende Stella Honkoop (koploopster na de 5-e ronde met een 100% score!) eindigen als derde en vierde in de eindrangschikking.

Champions killer Lyne.
Foto Ad Bruijns
Een bijzonder vermelding is op de plaats voor Lyne Bruggink en niet alleen omdat ze uit het Noorden komt (Assen en natuurlijk zusje van). In de eerste twee ronden wint ze zowel van de latere meisjeskampioen (Kimmily) als de algemene jeugdkampioen (Yichen) - de eerste zet ze mat in 20 zetten, de tweede zelfs al op de 10-e zet! Ook de derde partij wint Lyne en even voert ze dan zelfs het algemene klassement aan. Met het ene punt dat ze er na de pauze aan weet toe te voegen wordt ze keurig derde in het meisjesklassement.



Wisse Piersma, nog een lid van SC Sneek, is een van de smaakmakers in de G-categorie. Een interessante lichting lijkt het, de eerste vijf van vorig jaar zijn – in andere volgorde – ook de eerste vijf van dit jaar! Al in de derde ronde wint Wisse van Amsterdams talent Khoi Pham. Het hele toernooi – tot aan de prijsuitreiking - gaat hij vervolgens exact gelijk op met titelverdediger Luuk van Steenoven. In ronde 6 spelen ze remise.

Net als bij de H-tjes spelen ook hier de vier koplopers in de laatste ronde tegen elkaar, ongekend maar hoe mooi! Zowel Wisse als Luuk, nu gedeelde koplopers met 5 ½ punt, hebben het in de laatste ronde in eigen hand om tenminste gedeeld eerste te worden. Maar … beiden verliezen. Hun respectieve tegenstanders Khoi en Matteo van Cleef, beiden spelend voor VAS Amsterdam, nemen daardoor de eerste twee plaatsen van hen over. Khoi, vorig jaar tweede achter Luuk, mag nu met anderhalf weerstandspunt meer dan Matteo de grote beker in ontvangst nemen. Bij Wisse en Luuk zijn WP, SB en PS precies gelijk! Loting moet uitkomst brengen, prima, zo zijn de regels, maar – het enige minieme smetje op deze dag en een lering voor volgende edities – beter niet tijdens de prijsuitreiking op het podium … Winnaar bij de meisjes wordt de mij onbekende Kavya Raulji uit Den Haag.

De bende van 2005?
V.l.n.r. Constantijn Beukema, Matteo,  (oud kampioen) Luuk,
Wisse en (nieuwe kampioen) Khoi.
Foto Ad Bruijns 



Ook in de F-categorie, de kroongroep, is de strijd hard. Siem van Dael, ruim de hoogste ratinghouder en kampioen in de voorgaande twee jaren, verliest al in de tweede ronde. Het opent de weg voor vele achtervolgers die hun kans schoon zien. Eén van hen, Sake Algra, ook al van SC Sneek, laat onderweg drie punten liggen. Zijn clubgenoot Dylan Sealy doet het beter, mede dankzij overwinningen op rij in de laatste vier ronden, eindigt hij fraai als vierde.

Jarenlang talent Lucas Nguyen slaagt er uiteindelijk in de felbegeerde titel in de wacht te slepen, hij is de enige van de zes kampioenen op deze dag die ongedeeld eerste wordt! Makkelijk gaat het niet voor hem, in ronde 5 moet hij in remise berusten omdat de tijd om mat te zetten op is. Daarmee kreeg zijn tegenstander Mika Rutjens een beloning voor de materiële voorsprong die hij eerder in de partij had. In de laatste ronde moet het giganten duel tussen Lucas en Jochem Schoppen uitkomst brengen. Jochem neemt het initiatief maar de stelling is moeilijk en vooral is de tijd te kort om er door heen te komen. Bij dit kampioenschap krijgen de spelers er geen tijd bij per zet. Met voor beiden slechts 10 seconden op de klok staan er wederzijds nog een toren en drie pionnen op het bord, teveel om de partij op normale wijze te beëindigen. Lucas speelt zijn zetten net wat sneller en Jochem gaat door de tijd. Een wat onbevredigend eind.

Bij de meisjes wordt Circe Janse met 4 punten kampioen. Ze laat zich kronen als een ware koningin van het toernooi. SSV Klim-Op uit Rotterdam is daarmee spekkoper deze dag, want behalve Circe, zijn ook Lucas en Kimmily afkomstig van deze schaakclub.

Koning Lucas en koningin Circe. Foto Ad Bruijns



De organisatie had vooraf een strak schema opgesteld met kortere pauzes dan voorheen. De achterstand op
Foto Ad Bruijns
het schema bleef minimaal, waardoor de prijsuitreiking nog voor half vijf kon beginnen. Gerefereerd werd aan een kleine experiment dat men zich als organisatie had veroorloofd. Zoals vooraf op de toernooisite te lezen was geweest had men n.a.v. ”enkele opmerkingen” besloten om de wedstrijden niet meer in gesloten lokalen te laten spelen, maar een meer open karakter te geven. De kinderen waren ditmaal inderdaad op gepaste afstand goed aan de speeltafel te volgen. En ook de de topborden van de H-categorie live op het internet te zien. Terecht natuurlijk. Het is wel erg lastig om nu geen link naar mijn verslag van vorig jaar in te lassen - dat je gelezen, naar je geluisterd en zelfs exact naar je gehandeld wordt, maak je niet elke dag mee.

In dat verslag brak ik tevens een lans voor het toewijzen van de Nationale Pupillendag aan Uithuizen, immers - gekscherend - “net als Roosendaal mooi centraal gelegen in het land”. Een grap? Hmm.

Wat zijn eigenlijk de plannen voor de Nationale Pupillendag de komende jaren? Is het geen gebruik dat organisatie ervan na drie jaar overgaat naar een andere regionale schaakbond? Voor Roosendaal was het afgelopen weekend de derde keer. Was het veelzeggend dat zaterdag bij de sluiting niet gerept werd over een ‘tot volgend jaar’ en ‘een evaluatie van de dag’ met het oog op een vervolg?

Als blijkbaar opmerkingen van ouders vanuit het Noorden zo makkelijk worden opgevolgd, ja zelfs omarmd waarom dan ook niet die andere oproep volop serieus uitspreken? Afgelopen maanden heb ik signalen waargenomen dat ik hier niet alleen in sta. Mijn conclusie: Groningers in de stad én ommelanden staan in grote getale klaar, ja te popelen, de organisatie van dit mooie evenement ter hand te nemen, is het niet in Uithuizen dan toch in de stad Groningen. Persoonlijk stem ik voor Uithuizen.

Daarom, tien redenen voor een Nationale Pupillendag in Uithuizen:
  1. In Groningen, stad én provincie, kunnen ze schaken. Niet alleen wordt over Groningen gesproken als ‘City of talent’, maar ook als Schaakstad Groningen.
  2. In Groningen kunnen ze organiseren. Het Groninger schaakfestival, behorend tot de vier meest belangrijke schaaktoernooien in Nederland, is dit jaar aan haar 51-e editie toe. Het Paardensprong toernooi georganiseerd vanuit de gelijknamige vereniging heeft zich in enkele jaren ontwikkeld tot het grootste en meest prestigieuze jeugdtoernooi in het Noorden, de laatste twee jaar met meer dan 140 deelnemers. Afgelopen jaar werd in no-time en vanuit het niets een succesvolle Noordelijke Jeugdteamcompetitie (NJC) uit de grond gestampt.
  3. Een kwestie van gerechtigheid. De resultaten die door de Groninger jeugdschakers in het recente verleden op nationaal niveau werden behaald zijn alom bekend. De Gouden Generatie uit het Nosbo gebied speelde een prominente rol gedurende de drie voorgaande Pupillendagen, SC de Paardensprong veroverde in mei met overmacht de titel bij de E-teams en vorig najaar ging de titel voor D-teams naar schaakclub Unitas. Zoals bij het Eurovisie songfestival gebruik is om de winnaar de organisatie van de volgende aflevering te gunnen, zo zou Groningen beloond of zelfs verplicht moeten worden een nationaal kampioenschap te organiseren.
  4. Op enkele kilometers
    afstand van Uithuizen.
    Rust, ruimte en stilte. De natuurlijke habitat van de schaker. Uithuizen op het Groninger Hogeland biedt het als geen ander. In de speelzaal en in de buitenlucht. De optimale omgeving voor het leveren van een topprestatie.
  5. Een schaaktoernooi zo ver in het noorden is een aangewezen gelegenheid om een en ander te combineren met een recreatief familieweekend. Campings, huisjes, fantastische water- en andere recreatie, alles te midden van ontluikende jonge frisse natuur in de mooiste tijd van het jaar, zijn aanwezig tegen lage prijzen. Voor de vroege vogels is een dagtocht naar het mooiste Waddeneiland, Schiermonnikoog, een aanrader.
  6. Schaakclub Scepu uit het Groningse Usquert heeft afgelopen jaren met hun Grand-Prix toernooi in het sporthallencomplex van Uithuizen met doorslaand succes een nieuwe schaakformule neergezet. Schaken gecombineerd met apenkooi, unihockey en andere zaalsporten. Nergens zijn kinderen een verliespartij zo snel vergeten als in Uithuizen. Hoog tijd om deze formule naar landelijk niveau te tillen.
    Foto Paardensprong site
  7. Nogmaals een kwestie van gerechtigheid. Er zijn er die vinden dat een nationaal schaakkampioenschap zo centraal mogelijk in het land dient plaats te vinden. Ik ben een andere mening toegedaan. De Nationale Pupillendag behoort een dagje uit te zijn, waarvoor je ’s morgens om 6 uur uit de veren moet en ergens diep in de avond van terugkeert. Noordelijke deelnemers en hun ouders leven er jaarlijks naar toe. Ook de zuiderlingen en westerlingen hebben er nu een keer recht op. Vandaar Uithuizen, want meer dagje uit dan een dagje Uithuizen bestaat niet in Nederland.
  8. Roosendaal is ver. Maastricht nog veel verder. Maar het blijft Nederland. En op doorreis naar het zuiden kom je er nog wel eens langs. Nee, dan Uithuizen. Bij Uithuizen houdt de wereld op. Wie wil dat niet: schaken aan het eind van de wereld?

    Bloeiend koolzaalveld in juni aan eind
     van de wereld ... poort naar de hemel.
  9. Te overwegen valt om de Nationale Pupillendag uit te breiden tot een Nationaal Pupillenweekend. Te vullen met schaken, andere sport, recreatie en plezier. Met b.v. op vrijdagavond al een voorprogramma. Ongekende nieuwe mogelijkheden dienen zich aan.
  10. Steun van gemeente en provincie is informeel reeds toegezegd. Exclusieve toestemming zal worden verleend om de bekende Groninger slogan in aangepaste vorm te gebruiken:


zaterdag 8 juni 2013

SPRAKELOOS

Het Basamro Chess Tournament, juni 2013

Heb je net je nieuwe schaakblog aangekondigd, ben je van plan op grootse wijze het spectaculaire Basamro Chess Tournament zo ongeveer live te verslaan, is het niet voor heel Nederland dan toch voor het Groningse schaakpubliek… en dan volgen de Basamro-schaakverslagen op de noordelijke sites elkaar in hoog tempo op: hier en daar en hier en daar en nog meer. Wat is er nog te zeggen? Je bent sprakeloos.

(...)

Jan Timman. Samen met Max Euwe de enige schaker die Nederland in de absolute wereldtop heeft gehad. In de laatste decennia van de Koude Oorlog lange tijd ‘Best of the West’. Ooit tweede op de wereldranglijst, uiteraard veelvoudig nationaal kampioen en als speler nog altijd actief, hoewel tegenwoordig nog maar net in de top tien van Nederlands beste schakers.



Hoe meer rondjes Timman draait, des te meer realiseer ik me welk schaakmonument ik hier op enkele meters afstand in actie zie.


(...)
Ik voel een aandrang in het binnenste van mijn rechterarm, alsof die een eigen wil heeft, om een beweging in zijn richting te maken. Een hand uitsteken naar Jan Timman? En zeg ik daar nog iets bij dan? Ik ben die en die en ik geef u nu een hand? Moet ik hem met ‘u’ aanspreken of behoort ‘ jij’ ook tot de mogelijkheden? Ben ik überhaupt bij machte iets meer dan onnozel gestamel voort te brengen? Waarom trouwens hier Timman de hand schudden? Het feest is voorbij. Of denk je soms dat hij hier staat om afscheid van iedereen te nemen? Speciaal van jou natuurlijk, ha!
(...)
Als deze zetten door Carlsen of Kasparov waren gespeeld, zou de partij dan niet als een sensatie de wereld over zijn gegaan?
(...)

Lees het allemaal in:



De twee foto's op deze pagina zijn gemaakt door Teun Koorevaar.

zaterdag 1 juni 2013

Vanwaar dit blog?

Eind 2011, nu anderhalf jaar geleden, leverde ik mijn eerste bijdragen aan de site van jeugdschaakclub SC de Paardensprong te Groningen. Het was een serie van zes achtereenvolgende stukken over het Groninger Schaakfestival waaraan ik samen met Eelke, en nog vier andere (jeugd)leden van de Paardensprong, in die dagen deelnam.

Met enige regelmaat, soms met langere tussenpozen, schreef ik in de periode erna voor de site verslagen van diverse schaakevenementen: regionale en nationale toernooien - meestal toernooien voor de jeugd, andere keren ook voor volwassenen -, soms was het slechts een partijtje op straat. Altijd was Eelke deelnemer, en ik - als (schaak)vader - naast toeschouwer soms ook zelf speler. De uitdaging in mijn verslaggeving was er een mooi en leesbaar verhaal van te maken, in het beste geval met enige (zelf)relativering en wat humor (al is het natuurlijk de lezer die oordeelt...).

Vanaf heden ga ik deze schrijf activiteiten voortzetten op een eigen weblog. De reden hiervan is dat ik zodoende vrijer ben in het schrijven van de verslagen c.q. verhalen. Enerzijds hoeven ze niet altijd meer een verbinding te hebben met de Paardensprong - al zal die er in de toekomst vaak nog zeker zijn. Anderzijds voel ik mij niet langer 'bezwaard' de site van de Paardensprong te gebruiken als podium voor een 'privé hobby'.

Tja, hoe begin je een weblog? De afgelopen weken heb ik het Paardensprong archief doorgespit op mijn geesteskinderen en een deel daarvan heb ik in deze weblog verzameld. De originele artikelen zijn op deze blog post-gedateerd (c.q. geantedateerd, het is maar hoe je het bekijkt) naar een datum in 2013: die van 2011 (de Schaakfestival stukken) naar maart, en die van de jaren 2012 en 2013 respectievelijk naar april en mei. Steeds heb ik een verwijzing opgenomen naar het origineel op de Paardensprong site. Behoudens spellings- en wat stijlcorrecties zijn de artikelen qua tekst praktisch onveranderd overgenomen, hier en daar heb ik wijzigingen aangebracht in de foto's of onderschriften.

Het moment van de start van deze blog is niet geheel toevallig gekozen. Aan de ene kant is er bijna het eind van het schaakseizoen. Een seizoen dat, wat betreft nationale toernooien, op 25 mei j.l. op een schitterende en unieke wijze werd afgesloten met het Nederlands kampioenschap voor E-teams van de Paardensprong. Uniek, niet alleen vanwege de overmacht waarmee dit gepaard ging, maar nog meer vanwege de jonge leeftijd van de club die in het jaar 2006 met een groepje van 8 kinderen van start ging. Ook vanaf deze plaats de felicitaties voor die dubbele en grootse prestatie!

Aan de andere kant dienen nieuwe evenementen zich aan. Dit weekend al is er het Basamro Chess tournament in Rotterdam. Over uniek gesproken. De wijze waarop het logistiek bedrijf en sponsor Basamro dit internationale jeugdschaaktoernooi op de kaart zet is ronduit overweldigend - zie de aankondigingen hiervan. In de maanden juli en augustus zijn er de diverse zomertoernooien zoals het ONJK in Borne. Daarnaast doemt aan de horizon (eind september) het Europees Kampioenschap jeugdschaken in Budva (Montenegro) op, een toernooi waarvoor Eelke zich geplaatst heeft.

Dit weblog betekent geen afscheid van de Paardensprong. Allesbehalve! De nadruk bij het schrijven zal uiteraard liggen op de blog, maar daarmee zijn incidentele schaakverslagen voor de Paardensprong site niet noodzakelijk verleden tijd. Desalniettemin wil ik de Paardensprong dank zeggen voor de mogelijkheid die mij geboden werd én de inspiratie die de club mij gaf tot het schrijven van mijn 'schaakvaderverhalen' in de afgelopen anderhalf jaar.

Door het verzamelen van de oude Paardensprong artikelen in de blog, heeft deze bij aanvang meteen al een zekere omvang aangenomen. De verwachting is niet dat die in de komende maanden in dezelfde mate zal aangroeien. Het is ook afwachten in hoeverre mijn eigen weblog eenzelfde inspiratiebron zal vormen als de Paardensprong site voorheen. We hopen er het beste van.

Ik wens de lezer veel leesplezier.

donderdag 30 mei 2013

Paardensprongers vertegenwoordigen Groningen op Rotterdams mega-event

(Oorspronkelijk gepubliceerd op Paardensprong site, 29 mei 2013, zie evt. hier)

Komend weekend, zaterdag 1 en zondag 2 juni, vindt in Rotterdam een groots schaakevenement plaats: het BASAMRO Chess Tournament.

Het BASAMRO Chess Tournament, volledig gesponsord door het logistieke bedrijf BASAMRO met o.a. handelspartners in Rusland, is een internationaal schaaktoernooi waarin 4 stedenteams het tegen elkaar opnemen: Rotterdam, Groningen, Antwerpen en Moermansk (Rusland). Het toernooi staat mede in het teken van het Nederland-Rusland jaar (2013).


De teams bestaan uit 8 jeugdschakers in de leeftijdscategorieën <12, < 14, <16 en <18 jaar. Eelke en Jonas gaan op uitnodiging van de NOSBO, die de noordelijke delegatie leidt, Groningen vertegenwoordigen in de jongste leeftijdsgroep. De andere 6 spelers namens Groningen zijn: Ivo Maris, Frank van der Werff, Rowan van Dijk, Lisanne Waardenburg, Adrian Kuiper en Raymon Oord.

Sponsor BASAMRO trekt alles uit de kast voor het evenement. De speelzaal is de deftige Queens’s Lounge van het ss Rotterdam (foto). Speciale gast is Jan Timman die o.a. een simultaan zal geven. In het vorige week uitgegeven indrukwekkende persbericht werd het bezoek van de Russische ambassadeur aangekondigd alsmede de komst van de Russische staatstelevisie, die een documentaire maakt over de stad Rotterdam, zijn haven en het schaaktoernooi. Dus binnenkort de Paardensprong op de Russische TV! Deze week werd met trots de komst van Rotterdams burgemeester Aboutaleb bekend gemaakt.

Dit zijn slechts de high-lights, want er wordt nog meer georganiseerd. Beloofd wordt dat alle partijen te volgen zijn via internet. Of, als je net een weekendje er-op-uit in gedachten had: de toegang is gratis, dus het is ook eenvoudig van nabij mee te maken.

Toernooisite  Een aankondiging

vrijdag 3 mei 2013

Het gouden Nosbo-trio, toen en nu

(Oorspronkelijk gepubliceerd op Paardensprong site, 1 april 2013, zie evt. hier)

Het aanvangsbeeld van de laatste ronde van NK-E van afgelopen weekend vertoonde wat de topborden betreft een frappante gelijkenis met die van het H-kampioenschap dat door dezelfde jaargang van schakers (geboortejaar 2003 of later) gespeeld werd op de Nationale Pupillendag van juni 2010 in Oosterhout (NB).

Dat toernooi schreef Eelke verrassend op zijn naam met een score van 7 uit 7. In de laatste ronde speelde Eelke, toen nog lid van SC Groningen, tegen Jonas op bord 1, terwijl Tycho naast hen op bord 2 plaatsnam. Ynte Visser die, namens de Nosbo, ons een dag later telefonisch feliciteerde sprak van ‘een gouden trio’. In ronde 9 van het afgelopen NK-E was de tafelsetting exact dezelfde!
Onderstaande foto stamt van het H-kampioenschap van destijds. Jonas en Eelke in ronde 7 op bord 1, Tycho speelt tegen Maarten Hoeneveld. Op bord 3, spelend met de witte stukken, herkennen we een piepjonge Siem van Dael.

Nationale Pupillendag 19 juni 2010 in Oosterhout (NB),
categorie H, 7-e en laatste ronde.

Dan de volgende foto:

Drie jaar later: NK-E jeugd 30 maart 2013 in Waalwijk,
9-e en laatste ronde.

Afgelopen paaszaterdag in de laatste ronde op bord 1 wéér Eelke en Jonas. En net als toen, ernaast op bord 2, Tycho. Het gouden trio. Tycho speelt nu tegen Sebastiaan Janse. Op bord 3, aan de raamkant, spelen Siem van Dael en Maarten Hoeneveld. Voor de volledigheid, op bord 4 met wit de op dit toernooi verrassend sterk voor de dag komende Quinten Salomons tegen Victor Muntean.

Het belangrijkste verschil met 3 jaar geleden is dat Tycho nu zijn partij wint. Ronde 9 was begonnen met de nodige rekensommen. Jonas leidde de dans met een half punt voorsprong op Tycho en Eelke. Voor alle drie stond eerst het veiligstellen van een plaats bij de eerste twee in de eindrangschikking voorop, omdat die recht gaf op een uitzendplaats naar het EK in Montenegro later dit jaar. De titel kwam voorlopig even op de tweede plan. Niemand van de drie was nog zeker van een EK-plek, zelfs voor spelers eronder waren daarop nog kansen, al zou die dan wel via een barrage en niet onmogelijk via een meerkamp afgedwongen moeten worden (in het laatste geval pas te spelen op Paasmaandag!).

Toen Tycho redelijk snel won, was hij de eerste die vrij kon ademhalen. Een EK-plek voor hem was daarmee een feit, een verdiende beloning voor een prachtig gespeeld toernooi! Voor de overige deelnemers, begeleiders, toeschouwers en thuisfront schiep Tycho’s overwinning in elk geval duidelijkheid.

Jonas had nu voor een EK plek genoeg aan remise en zou dan om de titel een barrage moeten spelen tegen Tycho, bij winst kon hij uiteraard meteen ook de titel opeisen. Eelke had helemaal niets aan remise, een ticket naar Montenegro was voor hem alleen bereikbaar via een overwinning, in welk geval hij voor de titel op zijn beurt een barrage zou moeten aangaan tegen Tycho. De overigen kwamen nu niet meer in aanmerking voor een EK-plek. Ingewikkeld? Niet voor beide heren die vanaf dat moment haarfijn wisten hoe de vork in de steel zat.
Nog een schitterend plaatje:

Eelke en Jonas verbruiken praktisch al de beschikbare tijd, samen 70 min,
voor een sublieme partij vechtschaak.

Twee Paardensprongers die voor het oog van de natie hun titanengevecht opvoeren. Schaker blijkt een eenzaam beroep, op het moment dat het er om gaat sta je er helemaal alleen voor. Aan de andere zijde van de zaal volgt het publiek de partij op het projectiescherm.

Diep respect voor deze spelers die onder zoveel druk een hoogstaande partij weten af te leveren. Eelke sleurt en trekt dat het een aard heeft, heeft een tijdsvoordeel, maar Jonas geeft geen krimp, houdt de zaak gesloten en creëert tegenkansen. De partij blijft voortdurend binnen de remise marge, een uitslag die de partij waarschijnlijk het meest recht had gedaan. Eelke, die voor alles of niks gaat, probeert in de dramatische eindfase iets te forceren, wat er alleen toe leidt dat Jonas in het pionneneindspel de winst en later nog remise voor het grijpen heeft. Toch slaagt Eelke in zijn opzet. Door tijd problemen weet Jonas de juiste koningzetten niet meer te produceren. Zijn spel had beter lot verdiend.

Na de laatste zet weerklinkt een spontaan en bewonderend applaus voor beide spelers.

donderdag 2 mei 2013

Komend NK-E lijkt op WK schaatsen

(Oorspronkelijk gepubliceerd op Paardensprong site, 27 maart 2013, zie evt. hier)

Het is al vaker gememoreerd: de Nosbo en in het bijzonder SC de Paardensprong beschikt over een unieke lichting jonge schakers van het geboortejaar 2003. Deze kinderen behoren nu tot de E’s - de categorie, waarin traditiegetrouw in het Paasweekend komende vrijdag en zaterdag in het Brabantse Waalwijk om het Nederlandse kampioenschap schaken gestreden wordt. Behalve de nationale titel staan er twee uitzendplaatsen op het spel naar het EK jeugdschaken dat van 28 september t/m 9 oktober gehouden wordt in de plaats Budva in Montenegro.

Schaken of schaatsen: het is allemaal KNSB!

Met maar liefst vijf deelnemers is de Paardensprong hofleverancier aan de aflevering van dit jaar. Het zou me niet verbazen als nog nooit eerder in de geschiedenis van het Nederlandse jeugdschaak een club zo zwaar vertegenwoordigd was op een Nederlands kampioenschap. In het deelnemersveld van 42 spelers nemen twee Paardensprongers, Eelke en Jonas, de eerste twee(!) posities in op de ratinglijst. Thijmen en Silvan volgen in de slipstream op de plaatsen 7 en 12, en Pieter (van Nes) – die zijn debuut maakt op een nationaal kampioenschap - sluit de rij op plek 40.

Het deed mij denken aan vroegere Europese- en Wereldkampioenschappen schaatsen, waarbij Nederland steevast het maximaal aantal deelnemers afvaardigde, die niet zelden onderling de medailles verdeelden en meestal allen moeiteloos de laatste (ja ‘laatste’, geen verschrijving) 16 bereikten of zelfs de eerste 10 in het klassement. Met de als 6-e geplaatste Tycho Bruggink van schaakclub Assen is het niet eens uitgesloten dat zaterdag aan het eind van de dag vijf schakers uit het Nosbo gebied de eerste 10 plaatsen van de einduitslag bevolken.

Tijd voor een heel groot en met vette hoofdletters geschreven woord MAAR. En het bekende spreekwoord dat hoogmoed voor de val komt. Andermaal is een vergelijking met het schaatsen op zijn plaats, want hoe vaak was het niet dat bij genoemde schaatskampioenschappen een Noor, een Zweed, een Rus of een Amerikaan het Nederlands feestje kwam verstoren? Wel, veel vaker dan de Nederlanders lief was, zelfs zeer veel vaker dan dat een Nederlander ook daadwerkelijk kampioen wérd!

Ook op het komend NK-E liggen ze op de loer, in Amsterdam, Rotterdam, Utrecht, in nagenoeg elke provincie, zelfs (of moet ik eerder zeggen: uiteraard) vanuit het naburige Friesland ligt de rest van Nederland klaar om de Groningers hardhandig een pootje te lichten. Titelverdediger Maarten Hoeneveld zal proberen het huzarenstukje van vorig jaar – toen hij bij de F-pupillen alle Noorderlingen te slim af was - te herhalen. Siem van Dael, een jaar jonger nog en de afgelopen twee jaren in zijn eigen leeftijdscategorie afgetekend kampioen, zal willen bewijzen dat hij ook bij de grote jongens voor het hoogste gaat. Met hem maakt nog een heel leger aan talentvolle F’jes zijn opwachting, zoals Jochem Schoppen, het jongere broertje van de oppermachtige winnaar Casper van het vorige E-kampioenschap, Lucas uit de bekende Nguyen familie, en wat te denken van de “brutale” Sake Algra, inderdaad uit Friesland, afgelopen zaterdag gedeeld derde(!) van 150 jeugdschakers op het prestigieuze en grootste Noordelijke jeugdtoernooi, het open Paardensprong toernooi. Zelfs de nog jongere Luuk van Steenoven en Khoi Pham, beiden uit geboortejaar 2005 en zeer talentvol, staan klaar om menig E-speler aan het schrikken te brengen. Dan zijn er de vele uit voorgaande jaren bekende namen en erkende runner-ups, de Kroetkovs, de Honkoops, de Varnica’s – ga zo maar door. Meer rekening nog dient misschien te worden gehouden met de wat nieuwere namen, als Rembrandt Bruil, Tobias Lipschart en Michiel Terwee, waarschijnlijk later begonnen met schaken, maar door hun leeftijd snel rijper geworden , want ‘wat goed is komt snel’, en niemand moet verbaasd opkijken als we bij het opmaken van de rekening één of meer van hen op het podium zullen aantreffen.

De lezer zal begrijpen dat het een erg interessant toernooi belooft te worden, waarin behalve veel gewonnen punten ook de nodige punten verloren zullen gaan en zich zeker de nodige verrassingen zullen voordoen. Op de speeldagen is alles live te volgen via http://www.nbsb.nl/NKe2013.php. Op de Paardensprong site zal Ronald actuele updates verzorgen en wellicht komen er nog andere verslagen door.

In alle euforie rondom de Paardensprong deelname zouden we bijna het meisjes E-toernooi vergeten dat parallel aan het algemene jeugdtoernooi verspeeld wordt. De noordelijke deelname daarin blijft beperkt tot trotse aanvoerster van het Nosbo GP klassement Marrit Adema uit Meppel. In een deelnemersveld van 18 is zij geplaatst als 15-e, een positie die ze gezien haar prestaties van dit jaar ruimschoots zal moeten kunnen verbeteren. Ook bij de meisjes geven de eerste twee plaatsen recht op uitzending naar het jeugd-EK.

woensdag 1 mei 2013

Jonas en Eelke ruim in middenmoot op Veendam rapid toernooi

(Oorspronkelijk gepubliceerd op Paardensprong site, 26 feb 2013, zie evt. hier)

Afgelopen zaterdag 23 februari was het voor de A-spelers van de Paardensprong kiezen tussen twee toernooien: GP-jeugd van der Linde in Winschoten of het 14-e traditionele Veendammer rapid-toernooi. Voor Eelke en Jonas viel de keus op het laatste. Net als in de GP A-groep gold in Veendam een speeltempo van 20 min. p.p.p.p., maar wel totaal andersoortige tegenstanders natuurlijk. Met 38 deelnemers was het veld behoorlijk kleiner dan vorig jaar, maar niet minder interessant en vooral ook zeer gemêleerd: van IM tot huisschaker! Maar liefst zes 2000+ spelers op de lijst, maar ook een flink aantal in de laagste ratinggroep tot 1400. Hoewel de lijst verdeeld was in 4 ratinggroepen (met bescheiden geldprijzen per groep) werd er volgens Zwitsers systeem gespeeld in één competitie.

Paardenspronger in het rood
Het toernooi begon met vertraging, de organisatie werd ingelicht dat net een trein vanuit Groningen richting Veendam was uitgevallen. Nu waren het niet de minsten die in deze trein zaten: de als eerste geplaatste Erik Hoeksema (inderdaad IM), de voorzitter van SC Groningen Wim Krijnen en - last but not least – nationaal top jeugdschaker Jonas Hilwerda van SC de Paardensprong. Ja, voor de organisatie was het toen niet moeilijk meer om het aanvangstijdstip uit te stellen tot iedereen gearriveerd was, hetgeen door alle aanwezigen als vanzelfsprekend werd geaccepteerd. Niets dan lof voor die organisatie trouwens, de vaart werd er de rest van de dag goed in gehouden en de achterstand op het schema ruimschoots ingehaald.


Organisatie in goede handen
Uiteindelijk werd toch met de eerste ronde begonnen zonder de Groninger treinreizigers; de oplossing was dat zij hun partijen van de eerste ronde in de pauze zouden inhalen. Eelke stond op rating precies in het midden van de deelnemerslijst, in het Zwitserse systeem sta je dan wat betreft de loting voor de eerste ronde precies op de wip: je speelt tegen de hoogst geplaatste speler van de lijst óf juist tegen de laagste. Het werd het eerste. Niet getreurd, integendeel, je speelt zo’n toernooi toch vooral ook om te leren? Omdat Erik Hoeksema dus nog onderweg was (in trein, bus of privé taxi? hoe ze uiteindelijk exact de Dukdalf bereikten werd mij niet duidelijk), wordt Jan Baljé zijn tegenstander, rating 2226.



Toernooiwinnaar
Het werd meteen de partij waarop Eelke, spelend met wit, het meest trots mocht zijn. Tot de 30-e zet is de stelling volkomen in evenwicht. Meer nog: in het middenspel is het de zwartspeler die tot verdedigen gedwongen is. Dat laatste lukt hem overigens uitstekend, wit komt er niet doorheen en het niveauverschil laat zich uiteindelijk gelden. Eelke verliest tijd en gaat door de vlag. Op dat moment staat hij echter al verloren en Jan eist dan ook niet de winst op maar ziet – de verhoudingen toch even rechtzettend – een fraaie matvoering. Verlies dus in de eerste ronde, maar wel met welgemeende bewondering en complimenten van de uiteindelijke toernooiwinnaar, want Jan Baljé eindigt met maar liefst 6 ½ uit 7 ongedeeld als eerste. In een klein verslagje van hem zelf op de Unitas site spreekt hij over goede en slechte stellingen die hij won - ik vroeg mij even af onder welke hij zijn partij uit de eerste ronde schaarde.
Opvallend dat Eelke dan in de volgende ronde tegen een 1300 speler zwaar in de problemen raakt en op zeker moment zelfs dik verloren staat. Tegenstander Leo Spaans ziet niet de winnende ruilvariant en met 2 torens en paard tegen een dame weet Eelke de partij alsnog naar zich toe te trekken.
In ronde 3 volgt, ietwat onnodig, verlies tegen Michiel Meeuwsen. Na verschillende kansen te hebben laten liggen, kantelt de partij en weet Eelke met nog enkele seconden op de klok slechts een nadelig eindspel te bereiken van Koning- Toren tegen Koning-Toren-Paard. Eelke wil remise claimen, maar die boodschap komt niet goed over, de tegenstander speelt door en Eelke gaat door de vlag: verloren en grote teleurstelling, want “het was toch gewoon remise?!”.  De les (volgens mij):  trek je helemaal niets aan van tegenstander en/of omstanders, zet de klok keihard stil en haal de arbiter erbij. Díe beslist. Het eindspel schijnt theoretisch remise te zijn. Maar wat is de arbitrale beslissing bij een dergelijke claim als je nog slechts 1 seconde op de klok hebt staan? Ik zou het graag willen weten. Zoals het nu ging werd de arbiter een mogelijk moeilijke beslissing bespaard.

Na de pauze scoort Eelke met degelijke partijen tegen over het algemeen wat zwakkere tegenstanders (afgezien van Gerbert Leeftink, die dan ook wint) een mooie  3 uit 4, waarmee hij op 4 punten uitkomt, achter Sylvia van der Werff  een keurige tweede plaats in de ratingroep 3 (tot 1500). 


Nog een Paardenspronger in felrood: het tweede clubtenue misschien? Links op de achtergrond een of andere vage figuur ...
Van Jonas’ partijen heb ik slechts flarden gezien en kan ik minder vertellen. (Zowel Eelke als Jonas noteerden tot zo ver mogelijk hun partijen, om van te leren natuurlijk, maar ik heb alleen die van Eelke na kunnen spelen). Wat ik o.a. wel gezien heb – ik denk in de derde ronde – is dat Jonas een degelijke speler (ik weet niet meer wie) in het middenspel helemaal bij de keel had. Een aangevallen
loper gepend voor een ongerokeerde koning. Met de andere loper naar d6 kon zijn tegenstander het wonderlijk genoeg net keepen. Zijn koning bleef echter kwetsbaar en vervelend veroordeeld tot een veld in het midden van het bord. Toch bleek het later in remise te zijn geëindigd.
In de laatste ronde speelde Jonas tegen Raymon Oord, bekende jeugdspeler die we echter op GP toernooien afgelopen jaar niet meer veel tegenkomen. Zijn rating is inmiddels gestegen tot ver in de 1600 meen ik. In voorgaande jaren hebben Jonas en Raymon al heel wat partijen gespeeld en als ik het goed heb eindigde het merendeel in remise. Ook nu werd het remise. In een curieuze eindstelling wist Jonas stand te houden. Beiden hadden een loper maar Jonas 2 pionnen tegen Raymon 4. De laatste had zelfs 2 verbonden pionnen op rij 6 en 7, Jonas zijn koning op de achterlijn voor de pion. Er was geen doorkomen aan voor Raymon die moest berusten in remise. Volgens een deskundige toeschouwer was de winst via een andere, moeilijke weg  mogelijk geweest, ik weet het niet. Hoe dan ook, knap tegengehouden  van Jonas.

Historische dag voor
Paardensprong killer ...

Net als Eelke verliest ook Jonas van Michiel Meeuwsen. Van die partij weet ik helemaal niets. Wel las ik op het forum van SC Groningen een klein privé-verslagje van de "Paardensprong-doder"  over zijn overwinningen op onze jongens, inclusief trouwens over zijn eindstelling van de partij tegen Eelke en de hartenswaardige reacties daarop, zie hier. Maar let wel: het is soms grote-mensen-humor en misschien niet geschikt voor al te jeugdige lezers …

De overwinningen zijn  Michiel natuurlijk van harte gegund. Sterker nog,  als ik hem was zou ik deze datum goed onthouden, want misschien wordt het later veruit de meest gedenkwaardige schaakdag van zijn leven. Immers, misschien ooit , later, over 10 jaar(?), wie zal het zeggen, zal hij – wie weet zelfs - levenslang kunnen pronken met het werkelijke waar gebeurde feit:  "Vroeger, ooit, op één en dezelfde (!) dag heb ik gewonnen van de bekende schakers Jonas Hilwerda en Eelke de Boer!"  Naja, nu slaat natuurlijk bij mij de fantasie volledig op hol ...

Jonas eindigde met 3 ½ punt op weerstandspunten net buiten de prijzen. Eén partij van hem heb ik wel van begin tot eind precies kunnen volgen. Dat is omdat ik daarin zelf zijn tegenstander was. Ja, schrijver dezes was dus ook één van de deelnemers. En net als twee weken geleden in Zuidlaren koppelde het lot Jonas en mij weer aan elkaar, het lijkt ook al een klassieker te gaan worden! In Zuidlaren overleefde ik de opening, naar mijn idee toen halsbrekend maar volgens Jonas was het allemaal gewoon theorie. Dit keer – weer met wit - was het zeker geen  theorie die ik volgde, want het ging volledig mis. En dan nog wel met Spaans waar ik toch onderhand iets van af zou moeten weten.  Niet dus. Ik kwam er niet onderuit mijn koningsstelling ernstig te verzwakken, maar ook dat hielp niet, met enkele krachtzetten wist Jonas er wel raad mee. Met een stuk minder en totaal kapotte stelling was opgeven de enige optie. Mooi afgemaakt Jonas!



Talentvolle jeugspeler
En de dag was nog zo goed begonnen voor mij. In de eerste ronde remise tegen eerder genoemde Raymon Oord. Zijn vreemd ogende opening, c4 gevolgd door even later e4, wist ik veilig door te komen, en zie, dan maken die jeugdspelers ook wel eens een foutje. Ik kreeg een centrumpion in de schoot geworpen en had daarmee plotseling de betere papieren. Raymon bood enkele zetten later remise aan. Enigszins laf besloot ik het aan te nemen. Door schade en schande wijs geworden echter heb ik de volgende gouden regel voor mijzelf geformuleerd:  als een talentvolle jeugdspeler je remise aanbiedt, onmiddellijk aannemen! Immers, winnen is meestal  nog een heidens karwei, al helemaal met aankomende tijdnood en eindspel in het vooruitzicht, de kans op ergens een foutje is levensgroot en dan ben je verloren want ze bieden je natuurlijk niet nog een keer remise aan.

Partij 2 won ik, en nog wel van de broer van de organisator. Hij liet zich het kaas van het brood eten,  ik mocht hem - in verloren positie - mat zetten met een toren op h8 en een loper op f6: een trucje en speelfiguur uit de boekjes en eentje waarvan ik nog nooit het genoegen had gesmaakt deze zelf op het bord te mogen uitvoeren. Zo zat ik na 2 ronden ín, nou ja op zijn minst tégen de top van het klassement! Inmiddels was Erik Hoeksema ook gearriveerd, hij had zijn eerste partij (van de 2-e ronde) naar eigen zeggen eenvoudig weten te winnen. Net toen ik even met hem zat te praten (ik ken Erik van vroeger uit het bridgewereldje) en ik had gezegd dat ik niet hoopte tegen hem te moeten spelen, werd de nieuwe indeling omgeroepen: en ja hoor, mijn persoontje tegen Erik Hoeksema! IM! Vroegere bijnaam: “De muur van Baflo”.

De (witte!) muur van Baflo
Erik, met witte krullen tegenover mij, gekleed in dikke wollen witte trui en al bij de beginopstelling
met 16 grote dreigende witte stukken in mijn richting, pionnen die eruit zagen als lopers, torens als dames, een stel briesende allesverslindende paarden, allen rondom een onverstoorbare trotse en glanswitte koning: nog voor er maar één zet was gespeeld voelde ik één grote MUUR van wit geweld op mij afkomen, klaar om mij in een ommezien van de tafel af te drukken, om niet te zeggen geheel plat te walsen. Dit was gewoonweg beangstigend, kon ik niet bij voorbaat opgeven? Na 10 snelle zetten was ik een pion kwijt, de dames geruild, had ik een hulpeloze koning in het midden en een aanstaande paardvork op koning en toren. Genoeg excuus om mijn arme zwarte koning vroegtijdig op het bord te leggen. Ja, schamen doe je je wel een beetje, want je wilt toch laten zien dat je in elk geval een klein béétje kunt schaken (met bridge durf ik het nog wel op te nemen tegen Erik), anderzijds was ik blij dat het zo snel voorbij was. Verontschuldigend sprak ik tegenover Erik de hoop uit dat hij op deze dag leukere partijen mee zou maken. Erik werd derde in de hoogste groep en daarmee van het toernooi.

Blije prijswinnaars!
Vooral schaakvader himself lijkt erg verguld ...
Aan het eind van de dag kwam ik uit op 3 punten. De organisatie had mij om de een of andere reden gewaardeerd op een rating van 1300, hoewel mijn laatste rating 1410 is. Ondanks twee verzoeken tot correctie mijnerzijds aan de organisatie, waarvan de tweede ruim voor de laatste ronde (zodat de fout nog steeds hersteld kon worden) toen ik mij plots realiseerde dat ik mogelijk een geldprijs in de wacht zou mogen slepen in een te lage ratinggroep waar dus gedoe over zou kunnen komen, bleef de organisatie de indeling handhaven. Tja, het houdt natuurlijk een keer op, en toen ik de laatste partij inderdaad won en daarmee de derde plaats bereikte in de ratingroep tot 1400, restte mij niets anders dan de boven beschreven regel van de remise aanbiedende talentvolle jeugdspeler ook toe te passen op de door de organisatie aan mij aangeboden envelop met kostbare inhoud: onmiddellijk aannemen! Zo kon de familie de Boer met dubbel gevulde portemonnee tevreden de thuisreis aanvaarden.

Genoeg over mijzelf. Er was nog een verrassing in Veendam. Gaandeweg kregen wij de indruk dat er ergens in de contreien van de veenkoloniën vanuit het niets een zeer talentvolle jonge jeugdspeler was opgestaan, volkomen onbekend want nooit gesignaleerd op één van onze noordelijke Grand Prix toernooien. Derk was zijn naam, een echte Groningse naam dus het kon niet missen dat hij ergens uit de plaatselijk omgeving afkomstig was, Kouwenhoven de achternaam en zijn leeftijd was 10 jaar. Ergens onopvallend, met een bedrieglijke (want zoals gaandeweg bleek veel te lage) rating van 1037, de dag begonnen aan de lage borden klom hij steeds hogerop, en was na 6 ronden al in het bezit van 4 punten! De laatste ronde zat hij daarom doodleuk te spelen op bord 4 tegen niemand minder dan Adrian Cemens, rating 2201. Een partij die Derk verloor (ja hallo mag het?) maar ik zag zijn tegenstander na afloop van de partij in de analyse Derk allerhande waardevol ogende uitleg geven. Met zijn 4 punten werd Derk met een vol punt voorsprong op de rest onbedreigd winnaar in de laagste ratinggroep en mocht zo een leuke geldprijs mee naar huis nemen.

Schaker van Chesscool (Haarlem),
om in de gaten te houden!
Wat was nu het geval? Derk komt uit Noord-Holland, schaakt bij Chesscool en was met zijn familie een week op vakantie in Drente. Op NK’s waren wij zijn naam echter nog nooit tegengekomen, en dat klopte want van zijn vader begreep ik dat Derk nog maar anderhalf tot twee jaar schaakt en daarom nu pas stilletjes aan bij de hogere toernooien zijn opwachting maakt. Inmiddels heeft hij zich geplaatst voor het NK-D in Rijswijk in het hemelvaartweekend. De Nosbo afvaardiging naar dat toernooi is bij dezen gewaarschuwd, zij kunnen hun borst nat maken!

Het was een heerlijke dag daar in Veendam.

Alle foto's van Harry Gielen