Na negen partijen in drie dagen schaken gedurende het Hemelvaartsweekend behaalde Eelke op het NK-D (t/m 12 jaar) in Rijswijk samen met Liam Vrolijk een gedeelde tweede plaats. Doorgaans beslissen bij gelijke stand weerstandspunten of het eventueel plaatsgevonden onderlinge duel over de eindrangschikking. Nu echter niet. De eerste twee van het klassement in dit NK worden door de Nederlandse schaakbond namelijk uitgezonden naar het Europees Kampioenschap jeugdschaak in oktober in de stad Batumi in Geörgie (aan de oostkust van de Zwarte Zee). En wanneer bij gelijke stand een nationale titel of een uitzendplaats naar een EK of WK in het geding is schrijven de reglementen van de KNSB een beslissingswedstrijd voor - ook wel barrage genoemd.
Hoewel in het tijdschema ruimte is gereserveerd voor beslissingswedstrijden houdt de organisatie met het oog op de prijsuitreiking de vaart erin. Eelke en Liam worden door de toernooidirecteur naar de computerruimte geleid en ook ik en vader Liam mogen mee naar binnen. De deur gaat dicht. Of het dan hier gehouden wordt, vraag ik nog onnozel. Nee dat niet, de barrage zal gewoon plaatsvinden in de speelzaal.
Alle betrokkenen ...
(Foto: Winston van Ee / Johan Voorberg)
Vooraf is er deze korte plechtige samenkomst die lijkt op een bezoek aan een notaris. In het bijzijn van de spelers moet het officiële reglement omtrent de komende barrage worden opgelezen. De hoofdscheidsrechter neemt het woord, aandachtige stilte: "Uit het handboek KNSB C4c artikel 7 2a : ... er wordt een beslissingsmatch gespeeld van 2 partijen met een speeltempo van 5 minuten per speler aangevuld met 3 seconden extra tijd per zet. Indien deze match gelijk eindigt ..." , enzovoort.
De twee schaakvaders die drie dagen lang een beetje doelloos rond hebben gelopen, komen plots tot leven. Als hoeders van hun zonen gaan zij er nu voor zorgen dat op geen enkele wijze onduidelijkheden zullen of kunnen ontstaan over het verloop van de aanstaande wedstrijd en beginnen met het stellen van hun vragen. De winnaar van de match verwerft het recht op uitzending naar het EK, maar zal hij ook als tweede van het toernooi worden aangeduid? Het antwoord luidt bevestigend, ja de winnaar van de match mag zich nummer twee van Nederland noemen. En: in de reglementen wordt gesproken over 'sudden death' als de stand na twee partijen gelijk is. Maar hoe gaat het dan precies verder? Is er sprake van Armageddon schaak (ja ja, de vaders weten waar ze over spreken) waarbij zwart genoeg heeft aan remise? Nee. In de reglementen wordt daar immers niet over gesproken. Vanaf de derde partij heeft wit 4 minuten en zwart 5, maar remise blijft remise en er zal dan een nieuwe partij volgen, net zolang tot iemand een partij wint. De reglementen blijken helder. De vaders zijn tevreden, hun taak zit erop, er is niets wat nog mis kan gaan.
De kinderen nemen het echter nu van hen over. Zoals op het schaakbord tonen zij zich ook hier slimmer en scherper dan hun vaders. De eerste vraag is of er bij een onreglementaire zet de winst geclaimd mag worden. De toernooidirecteur antwoordt dat het snelschaak is en dat de bijbehorende regels dus zullen gelden; m.a.w. winst claimen is toegestaan. Maar hij spreekt voor zijn beurt. De KNSB schaaknotaris is nog net alert genoeg om in te grijpen. Hij brengt een FIDE reglement in herinnering dat bepaalt dat wanneer een snelschaakpartij onder voldoende arbitraal toezicht wordt gespeeld het normale schaakreglement in werking treedt. En dat is hier zeker het geval: de match zal door meerdere scheidsrechters worden gevolgd, waarbij een van hen het zettenverloop zal (trachten te) noteren. Winst claimen is dus niet mogelijk. Volgt er dan een tijdstraf bij een onreglementaire zet? Alweer een goede vraag. De notaris en de directeur werpen enkele blikken met elkaar uit en concluderen dat het zo zal moeten zijn. De tegenstander van de overtredende partij krijgt 2 minuten tijd erbij. Maar nu snel beginnen.
De beslissingsmatch zonder publiek maar onder ruim arbitraal toezicht.
(Foto: schaakvader Tommy, tevens namens Pathena verantwoordelijk voor
de succesvolle liveborden registratie gedurende het hele toernooi).
De bijeenkomst blijkt achteraf een formele aangelegenheid. De goede vragen waren van Eelke. De betere zetten zijn van Liam. Een derde partij is niet nodig en incidenten doen zich niet voor. Liam wint met 2-0 en verdient daarmee een plaats voor het EK. Veel succes in Batumi!
In de eerste week van de meivakantie vond in het Topsportcentrum Rotterdam, pal gelegen naast Feyenoord stadion De Kuip, het NK jeugdschaak 2014 in de leeftijdscategorieën A, B en C (resp. t/m 20, 16 en 14 jaar) plaats. De organisatie was in handen van Stichting Pathena die als doel heeft de promotie van het jeugdschaak in de regio Rotterdam. Hier zomaar een verslagje: 'Perfect georganiseerd NK A,B,C in Rotterdam'. In de negen dagen die het NK duurde bewees Pathena dat zij haar ambities gerust wat hoger kan stellen.
Tijdens het NK jeugdschaak zijn voor de spelers en speelsters uitzendingen te verdienen naar het Europees Kampioenschap. Vorig jaar maakten Eelke en ik dat toernooi mee in Budva, Montenegro. Het logies en het weer was er voortreffelijk. De wedstrijden werden echter gespeeld in een kale sporthal zonder enige aanvullende faciliteiten en een aftands schoolgebouw. Hoe verder het afgelopen NK vorderde des te meer kwam ik tot de gedachte dat in deze Rotterdamse setting een omvangrijk internationaal schaakkampioenschap prima mogelijk was. Het Topsportcentrum kent verscheidene zalen van verschillende grootte met voldoende tribuneruimte voor toekijkende ouders en begeleiders (een belangrijk detail). De Pathena organisatie blonk uit in de toepassing van digitale en internet technologie; een verademing vergeleken met andere toernooien waar niet zelden een werkende internetverbinding al een struikelblok is. Voeg daarbij het plezier en ogenschijnlijke gemak waarmee de medewerkers en vrijwilligers het geheel in goede banen leidden, en het is duidelijk dat een EK jeugdschaak op Pathena grond de allure zou krijgen die het verdient.
Toevallig werd in de dagen van het NK A,B,C bekend dat 'een commissie van wijze Feyenoord mannen' inzake het vernieuwingsvraagstuk van De Kuip heeft besloten tot modernisering van het bestaande stadion. Ik begrijp dat de die-hards liever een minder ingrijpende verbouwing hadden gezien maar zij mochten het besluit niettemin als een overwinning begroeten. Een onzalig plan van nieuwbouw op een andere locatie is van de baan, wie had dat gedacht. De Kuip is gered.
Renovatie van stadion De Kuip, voetbalclub Feyenoord, het Topsportcentrum en Pathena: plotseling dient zich een wonderlijke, maar mogelijk vruchtbare combinatie aan. Net als de modernisering van De Kuip zou een EK of WK jeugdschaak (met natuurlijk op de vrije dag een voetbaltoernooi in De Kuip) een belangrijke impuls kunnen geven aan een vernieuwd Feyenoord - in dit geval een intellectuele impuls. Nee, dat botst niet met Feyenoords karakteristieke eigenschappen van strijd en werklust. In een speurtocht op het internet rondom de geschiedenis van Feijenoord eind jaren zestig, kwam ik een (nu helaas onvindbaar) filmpje tegen met Henk Spaan waarin deze verrassend opmerkt dat Feyenoord in de daaraan voorafgaande periode juist de club van de verfijnde techniek was. Een verbinding met de schaaksport zal voor Feyenoord daarom behalve vernieuwing ook een terugkeer inhouden naar vergeten roots. Zonder daarmee afscheid te moeten nemen van de Rotterdamse waarden van opgestroopte mouwen en 'geen woorden maar daden'. Zoals ook De Kuip behouden blijft.
Een blik op de internationale FIDE Schaakkalender leert dat het al in 2015 of anders toch zeker in 2016 zover kan zijn. Sterker, ik zou meteen inzetten op vastlegging van drie achtereenvolgende edities van een van de twee evenementen. Amsterdam en Eindhoven, de steden die zich onverbeterlijk laten voorstaan op intellect en technologie, zullen knarsetandend toezien hoe ze op eigen terrein worden gepasseerd. Een nieuw Feyenoord in een vernieuwde Kuip zal heersen in de vaderlandse voetbalcompetitie. Tegelijk (en eindelijk) zal de Nederlandse jeugd zich massaal op het schaken storten, ergens in een Nederlandse huiskamer kruipt nu al de toekomstige wereldkampioen over de vloer.
EK's en WK's schaken worden tegenwoordig nooit meer in West-Europa georganiseerd. Om financiële redenen uiteraard. Aan Rotterdam de gelegenheid daarmee te breken. De kosten van de renovatie van de Kuip liggen volgens de berichten rond de 200 miljoen euro. Het moet toch mogelijk zijn een heel klein deeltje daarvan opzij te zetten voor een EK of WK jeugdschaak. Ondernemers van Rotterdam: win-win-situatie, best of both worlds, kansen voor open doel - ik hoef u de uitdrukkingen niet voor te zeggen. Meldt u zich gewoon bij Stichting Pathena!
Drie jaar achtereen vond het Nederlands schaakkampioenschap ABC plaats in het Topsportcentrum Rotterdam. De locatie pal naast en met uitzicht op het legendarische Feyenoordstadion De Kuip inspireerde mij (bij de eerste editie in 2014) tot het ophalen van een unieke periode in de geschiedenis van het vaderlandse voetbal die ik als kind intens beleefde: de opmars van niet een maar twee Nederlandse clubs naar de allerhoogste trede van het Europese en zelfs het wereldvoetbal.
Klein probleem: Feyenoord was destijds niet mijn club. Maar zoals een beroemde oud-Feyenoorder (...) het ooit uitdrukte: elk nadeel heb z'n voordeel. De namen van die andere club en die andere grote stad werden moeiteloos omzeild, foto's van die kant werden gewoonweg niet geplaatst. Het eerste taboe wordt in dit artikel gerespecteerd, het tweede niet: de foto's en filmpjes hieronder zijn eerlijk over de twee eeuwige concurrenten verdeeld. Ze vormen een aanvulling op het lange voetbalverhaal in:
(...) Een voetbalwedstrijd vlakbij een schaaktoernooi in het beroemde stadion De Kuip? Het stadion dat op nominatie staat afgebroken te worden? Een schaakpartij van Eelke missen doe ik niet graag. Maar dit toernooi duurt negen dagen en voor een heuse wedstrijd in De Kuip wil ik misschien best een uitzondering maken.
(...)
De tweede ronde van het NK ABC in de Promenade van het Topsportcentrum terwijl De Kuip volgelopen is voor Feyenoords laatste thuiswedstrijd van het seizoen (tegen SC Cambuur).
(...)
Mijn gedachten gaan echter nog verder terug. Naar de periode waarin ik de leeftijd had die Eelke nu heeft. Toen Feijenoord nog geschreven werd met een ij in plaats van een y. Ik groeide op in een boerengehucht zo ver en diep in de noordoostelijke Friese klei dat voetballen bij een echte vereniging niet tot de mogelijkheden behoorde, simpelweg omdat de dichtstbijzijnde club op bijna tien kilometer afstand lag.
(...)
Ik heb mij nooit afgevraagd hoe ik tot mijn keuze kwam. Voor mij bestond er maar één club. En dat was niet Feijenoord...
(...)
Halverwege de jaren zestig begon de jonge trainer Rinus Michels in de hoofdstad met de opbouw van een nieuw team.
(...)
Mijn vroegste herinnering aan de club gaat terug naar de legendarische wedstrijd uit 1966 tegen Liverpool
Cees de Wolf (invaller voor Piet Keizer) scoort de 1-0
Dichte mist beperkte het zicht gedurende het hele duel tot enkele tientallen meters.
(...)
Groninger Klaas Nuninga maakt 3-0
Bij nader inzien is het goed mogelijk dat de kiem van mijn liefde toen gelegd is.
(...)
Henk Groot: 5-0. Luister naar het commentaar van Herman Kuiphof:
'Groot ... gaat die vrije schop nemen ... Groot ... Já! ... ha ha háá ... ha ha háá... 5-0!'
Van de confrontatie met de Tsjecho-Slowaakse kampioen herinner ik me alleen dat de uitschakeling te wijten was aan een eigen doelpunt van een speler die de naam Soetekouw droeg.
(...)
Een filmpje met o.a. Klaas Nuninga en Bennie Muller
De uitwedstrijd is gedenkwaardig omdat enorme plassen water normaal voetbal onmogelijk maken.
(...)
De kwartfinale tegen het grote Benfica, begin jaren zestig tweemaal winnaar van de Europacup, krijgt een historische drievoudige uitvoering.
De uitslag komt als een schok: 1-3 voor Benfica.
(...)
19 februari 1969 blijkt de datum waarop een aanvankelijk anoniem te spelen wedstrijd in tweemaal vijfenveertig minuten werd omgevormd tot een omwentelpunt in het Nederlandse internationale voetbal.
(...)
De foto die niet in het boek mocht... Rechts Tonny Pronk.
De Zweedse goalgetter Inge Danielsson, die gedurende zijn even kortstondige als succesvolle Nederlandse verblijf bij mij de status van Cruijff had weten te benaderen, maakt het feest met twee doelpunten compleet: 3-0.
(...)
In het eerste halvefinaleduel wordt tegenstander Spartak Trnava met een overtuigende 3-0 naar huis gestuurd.
(...)
Met rake counters zorgen de Italianen ervoor dat de finale geen wedstrijd wordt: 4-1. Prati, een van de twee spitsen, is met drie doelpunten de gevierde man.
(...)
In het seizoen waarin slechts één Nederlandse club de aandacht trok, werd het Rotterdamse Feijenoord zomaar landskampioen.
(...)
En Feijenoord had Wim van Hanegem! ‘De Kromme’, zo genoemd vanwege zijn gebogen rug en o-benen, mocht dan de snelheid van Cruijff missen, maar zijn spelinzicht was minstens even groot.
(...) Trainer van Feijenoord is de legendarische Ernst Happel.
(...) Happel: uiterlijk gevoelloos, een kettingroker en een zwijger.
‘Kein geloel, Fußbal spielen!’ wordt zijn beroemde motto.
(...) De rij van Feijenoords tegenstanders op weg naar Europese roem komt mij eveneens bekend voor: KR Reykjavik, AC Milan, Vorwärts Berlin, Legia Warschau en in de finale Celtic.
De kampioen van IJsland is geen partij. Zwakke voetballanden bestonden in dit tijdperk nog. Het eerste duel eindigt in 12-2.
(...)
In de tweede ronde treft Feijenoord de zwaarst denkbare tegenstander: titelhouder AC Milan.
(...)
Bij de thuiswedstrijd zit heel Nederland gespannen voor de buis.
Maar luister ook naar het radiocommentaar van de al even legendarische sportverslaggever Theo Koomen: 'Jansen een vrije schot ... en over ... òòòh ... of zit-ie d'r in, nee, nee toch? ... hij zit erin! hij zit erin! ... o ik dacht dat-ie over zeilde ... hij zit erin! ... het is een doelpunt!'
(...) Als elfjarige zie ik het thuis op de bank onbewogen aan. Feijenoord wint van AC Milan, het team dat niet lang geleden mijn helden achteloos aan de kant schoof. De zoveelste bittere pil. Ik doe er verstandig het zwijgen toe, maar heimelijk mompel ik bij mijzelf: wacht maar, dit is nog maar de tweede ronde.
In de kwart- en halve finale treft Feijenoord twee clubs uit het Oostblok. Waar in de rest van de wereld het leven er dankzij de hippierevolutie een stuk vrolijker op is geworden, heerst in Oost-Europa een diepe grauwheid.
(...)
Ik vond een lang verslag met onthutsende stadionfoto’s van een Rotterdamse supporter die veertig jaar later herinneringen ophaalt aan zijn reis naar Oost-Berlijn. De oorlog is in het stuk niet ver weg, de Koude Oorlog actueel, en ondanks alle treurigheid verklaart de schrijver aan het slot ‘gek misschien’ heimwee te hebben ‘naar die ouwe kouwe DDR’.
(...)
Voor het tweede achtereenvolgende jaar bereikt een Nederlandse club de finale van de Europacup.
Het meest glorieuze moment in de geschiedenis van Feijenoord vindt plaats drie minuten voor het laatste fluitsignaal. (...) Verwarring, is het dan geen strafschop? Nee, de scheidsrechter heeft de voordeelregel toegepast, het is een doelpunt en Feijenoord heeft de Cup! (...) Rotterdam en Nederland juichen, honderdduizenden mensen staan op de Coolsingel.
(...) In september neemt Feijenoord het om de Wereldbeker op tegen de Zuid-Amerikaanse clubkampioen Estudiantes uit Argentinië.
Invaller Joop van Daele maakt zich onsterfelijk door in de tweede helft met een harde schuiver de winnende treffer te produceren. (...). Ik kan met de overwinning leven. Tegen deze bruten uit dat andere werelddeel ben ik blij dat de Wereldbeker in Europa blijft. Al is het dan bij Feijenoord.
Als de wedstrijd begonnen is, heeft Eelke juist zijn eerste halve punt behaald. Samen maken we een rondje om De Kuip. En eten rustig een zak patat, er staat immers geen rij bij de frietkraam. We zijn getuige van de 1-0. Wij zien het doelpunt niet. Maar horen het Legioen juichen. Feyenoord wint met 5-1. De tweede plaats in de eredivisie is veiliggesteld. Feyenoord is weer klaar voor Europa.
Op het moment van dit schrijven is de eerste dag van het Nederlands kampioenschap in de E-categorie (tot en met 10 jaar) te Waalwijk in volle gang. De vader van één van de deelnemende kinderen onderhield sinds vorig najaar met tussenpozen de schaakblog 'cessole.me'. Als volger ontving ik deze week via de mail het bericht van de schrijver: cessole stopt. Het lijkt erop dat de blog niet alleen gestopt is, maar zelfs opgeheven.
'Cessole' onderscheidde zich in een aantal opzichten. Allereerst toonden de artikelen een perfecte beheersing van de Nederlandse taal. De vorm was immer zuiver en vast. De inhoud observerend, afwijkend van wat gangbaar is, mild kritisch, soms lichtelijk cynisch, maar altijd in humor verpakt.
Het meest opvallende aan 'cessole' was misschien wel dat er consequent iets aan de stukken ontbrak. En wel de jubeltoon waar elke schaakschrijver - van laag tot het allerhoogste niveau, velen voortdurend, anderen vroeg of laat - in vervalt. Uniek dus.
Zomaar een voorbeeldje. Uit mijn hoofd herinner ik mij de beschrijving van een scene op een doorsnee grand prix schaaktoernooi waarvan velen zullen moeten bekennen er zelf wel eens deel van te hebben uitgemaakt. Als de kleine jeugdspeler wint van een hoger gekwalificeerde tegenstander juichen ouders en trainers hem toe: "goed voor je rating!". Verliest hij onverwacht van een lagere speler, dan is de aanmoediging dat het niet om de rating gaat, maar om het spel en het plezier. (Niet dat een en ander erg is trouwens, maar dat is het punt ook niet).
De laatste publicatie op 'cessole', geschreven n.a.v. het NK-E, was een broodnodige relativering van het immense belang dat door (citaat) "de schaaklobby" wordt toegedicht aan het schaken voor en door kinderen. Aan het eind wordt de strekking van het artikel, nl. dat de schaker niet noodzakelijk een beter mens is, in een verwijzing naar de beperkte beschikbaarheid van parkeerplaatsen bij hotel Waalwijk nog eens erg grappig verwoord. Een prachtige en kenmerkende slotzin. Van het artikel en - naar het zich dus laat aanzien - van de gehele blog.
Een van de redenen die in de aankondiging van het einde van 'cessole' werd opgevoerd was het mogelijke bestaan van lange tenen in de schaakwereld. Als vader met handen en voeten in de wereld van jeugdschaak kom je soms (zonder daarover te willen klagen trouwens) voor een dilemma te staan. Er zijn kinderen bij, eigen kinderen zelfs. Dat de schrijver van 'cessole' veiligheidshalve het belang van hen voor laat gaan pleit andermaal voor hem.
Laat een ding echter duidelijk zijn. Dat hij de schaaksport een warm hart toedraagt staat buiten kijf. Ik hoop van ganser harte dat 'cessole' weer in de lucht komt zodat een ieder de stukjes in alle rust alsnog tot zich kan nemen. Het liefst nog dit weekend.
(Oorspronkelijk gepubliceerd op de schaaksite, 24 maart 2014, zie hier)
Schaakvader Wolf (en Sterre en Raaf trouwens, ja dit zijn de namen van zijn drie spruiten!) behoort tot de soort die het schaakstokje niet zonder slag of stoot wenst over te dragen aan de beloftevolle jonge generatie. Het Alkmaarse Open ASK weekendtoernooi van de afgelopen dagen toonde ons daarvan een sterk staaltje.
Na een bye op de vrijdagavond neemt hij op de vroege zaterdag in de A-groep, voor spelers met een rating boven de 1800, plaats tegenover Eelke. Omdat ik zelf, in de B-groep, verwikkeld ben in mijn eigen partij kan ik slechts vluchtig kennis nemen van de stand van zaken op hun bord. Ik zie dat Eelke's dame alweer ver in de vijandelijk linie doorgedrongen is en zijn toren de zwarte dame danig in het nauw brengt. Als vader Wolf mij in het voorbijgaan dan ook nog toevertrouwt dat dit eigenlijk te moeilijk is voor hem, denk ik dat het wel punt binnen is.
Even later blijkt hoezeer hij daarmee zowel Eelke als mij zand in de ogen heeft gestrooid. De witte dame heeft hij juist met opzet weggelokt uit het gebied waar de werkelijke strijd zich afspeelt. En zijn eigen dame is nooit echt in gevaar. Zwarts machtige torenbatterij op de d-lijn geeft nu de doorslag. Tot een eindspel komt het niet meer.
Vol trots laat vader Wolf in de analyse zien hoe juist hij de stelling heeft beoordeeld. En dat hij de vele tactische matmanoeuvres aan het slot van de partij haarfijn heeft doorzien laat hij graag aan alle omstanders weten. De middag- en avondpartij verliest vader Wolf geruisloos. Maar zijn dag kon al niet meer kapot.
Zondagmorgen wordt het nog mooier. Tegen de vijftienjarige Maaike Keetman, inmiddels al met een rating boven de 2000 en de tweede jeugdkampioen die hij dit weekend treft, perst vader Wolf alles uit wat in hem zit. In een zinderende slotfase houdt hij het hoofd koel en weet hij de in uiterste nood opgezette valstrikken vakkundig te omzeilen. Maaike moet zich gewonnen geven. Aankomend toernooiwinnaar Etienne Goudriaan is vol lof en deelt alvast de schoonheidsprijs uit. Het zweet van zijn voorhoofd wissend roep vader Wolf uit: "De mooiste partij die ik ooit gespeeld heb!".
De middagontmoeting, de laatste ronde van het toernooi, gaat uiteraard weer verloren. Tegenstanders van boven de achttien weten vader Wolf niet te inspireren. Daar komt misschien bij dat zijn elfjarige zoon een belangrijke partij speelt in de B-groep. Vader Wolf hangt niet voortdurend aan het bord van zijn kind. Opvallend. Maar het is geen geheim dat hij, hoe groots zijn eigen partijen ook zijn, in zijn hart op hém natuurlijk het meest trots is.
Terecht. Wolf speelt een toernooi uit één stuk (zie hier zijn eigen verslag). In vijf partijen staat hij slechts een remise af en blijft daarmee in zijn groep als enige ongeslagen. Het reglementaire halve punt uit de opgenomen bye van de eerste ronde houdt hem af van een verdiende ongedeelde eerste plaats.
Het duurt niet lang meer of ook vader Wolf zal er aan moeten geloven.
Een oude foto van het NK-D van 2012 waarop Wolf Mestrom
voor publiek meehelpt de partijen te analyseren
De Noordelijke Schaakbond (Nosbo) beschikt over een webmaster die op gezette tijden een prikkelende en zelfs gewaagd te noemen invulling geeft aan zijn taak van algemeen en neutraal regionaal verslaggever. Ter illustratie breng ik graag het uitermate komische verslag Worskshop internetschaak van zijn hand in herinnering dat eind 2012 op de Nosbo site verscheen ('Schaken tegenover een Mens'!). Leest u het vooral nog een keer, het blíjft leuk!
Deze week mochten wij kennis nemen van een nieuwe vrucht, een impressie van de net gestarte Nosbo Persoonlijke Kampioenschappen 2014. De webmaster is op zijn best: de PK met spot verheffend tot een wereldgebeuren op schaakprovinciaal formaat, wetenschappelijk verantwoord met originele verwijzingen op het internet, en - wat het meest in het oog springt - her en der de nodige speldenprikken uitdelend. Zo zien wij het graag.
In het stuk komt een aantal malen de naam De Boer voor. Nu zie ik dat u er als lezer meteen helemaal recht voor bent gaan zitten, want u denkt natuurlijk ha! die voorgaande zinnen zijn ironisch bedoeld, een rel is in de maak, maar dan moet ik u teleurstellen. Niks ironie, niks rel, dit artikel volgt slechts het pad van onze Nosbo bestuurder.
Allereerst moet ik ingaan op de verbazing die de schrijver uitspreekt over het ontbreken van ene jonge De Boer op de PK deelnemerslijst. Als verantwoordelijk vader van de door hem bedoelde jeugdschaker wil ik graag enige opheldering verschaffen. Ik deel namelijk volledig de mening van de webmaster en wil even duidelijk gesteld hebben dat mij in dezen geen enkele blaam treft. Ik heb zoonlief volop toestemming verleend, sterker nog, zelf voorgesteld zich in te schrijven voor het kampioenschap, immers lekker elo-puntjes pakken tegen die AOW schakers. Voordat ik tot uitoefening van zwaardere druk kon overgaan was hij mij te snel af met zijn resolute verzuchting: "Wat? De héle woensdagavond schaken?". Geen denken aan dus. Tja, je zet alles opzij voor zo'n jongen, maar meneer kiest er vrolijk voor de volgende ochtend fris en uitgerust op te staan om naar de basisschool te gaan. Wat doe je eraan als ambitieuze schaakvader? Niets kan ik u vertellen, je staat machteloos. Soms wens je dat je leefde in het land van Poetin vijftig jaar geleden.
Het Nosbo 'journaille' doet in zijn verslag dappere pogingen het 'circus', dat nog maar aan de derde van zijn zeven ronden toe is, nu al naar een climax omhoog te stuwen en lijkt daarmee zelfs publiek naar de speelzaal te willen lokken. Hij heeft het over krakers, klassiekers en 'het duel der schaakvaders' De Boer - Oord. Inderdaad, die witspeler, dat ben ik. En zeker, mijn aanstaande partij tegen vader Raymon is een interessante schaakvader confrontatie. Per slot van rekening was (citaat) 'jeugdtalent Oord' in twee recente ontmoetingen de meerdere van mijn bloedeigen trots. Er zal dus iets recht gezet moeten worden.
De bewoordingen van de webmaster echter ten spijt, veel schaakvader spektakel is er van het duel De Boer - Oord niet te verwachten. De partij zal in alle bezadigdheid zijn beslag krijgen, dat is zeker. Ook kan ik verklappen dat de uitslag, hoe die ook wezen mag, bereikt zal worden langs een weg bezaaid met afzichtelijke blunders. En wat meer is, die blunders zullen om het even wie wint of verliest door beiden - tot groot afgrijzen van hun zonen trouwens - behalve hoofdschuddend vooral smakelijk lachend worden aanvaard. Nee, ik raad u niet aan om hiervoor a.s. woensdag als toeschouwer naar het Jannes van der Wal Denksportcentrum af te reizen. Voor een werkelijk 'duel der schaakvaders' zal uit een ander vaatje getapt moeten worden.
Minstens even opvallend als de áfwezigheid van het (nog steeds in de woorden van onze verslaggever) 'ene Nosbo supertalent' en de áanwezigheid van het 'andere Nosbo supertalent' op de PK, is - omgekeerd - juist de áanwezigheid van de vader van de eerste (ondergetekende dus) en de áfwezigheid van de vader van de tweede. Als deelnemer welteverstaan. Dat is jammer, want naar het schijnt zou laatstbedoelde moeiteloos in de middenmoot mee kunnen draaien, daar waar ik gewoontegetrouw mijn schamele puntjes in de onderste regionen bij elkaar schraap. Ook jammer is dat een ontmoeting aan de schaaktafel tussen de twee er ook nu weer niet inzit. Want zou dat niet het ware 'duel der schaakvaders' zijn waar het Nosbo publiek misschien wél naar uitkijkt?
U vraagt zich misschien af of, gezien het krachtsverschil op papier, er in dat geval wel gesproken zou mogen worden van een heus duel. Sta ik immers niet ook nu al weer na twee ronden met lege handen? Maar ik zeg u, in een werkelijke schaakvader clash gelden andere normen. Gangbare schaakwetten kunnen naar de prullenbak, ratingpunten zijn betekenisloze cijfertjes, onvermoede krachten zullen loskomen, mentale instelling, volhardendheid, bluf en wat dies meer zij, wie weet zelfs onbeschaamde koude oorlogvoering, zullen in een dergelijke krachtmeting de strijd bepalen. Schaaktechniek, -tactiek en -strategie zullen daaraan totaal ondergeschikt blijken en men moet niet vreemd opkijken als ik plotseling toch blijk te beschikken over een gruwelijk killer instinct. Nee, de uitkomst van een dergelijk gevecht zou volstrekt onvoorspelbaar zijn, neemt u dat van mij aan.
Vergist u zich ook vooral niet in mijn twee huidige nullen van de lopende Nosbo PK, ik zeg het maar even. In de eerste ronde bracht ik de toevalligerwijs ook door de webmaster genoemde Bart Romijn aan de rand van de afgrond. Zijn toren, die de mijne had geslagen, kon ik rustig laten staan, omdat ik met mijn aanval mat in drie had. 'Bartje' had geluk dat er nog net een uitvlucht voor hem was en in mijn teleurstelling over het misgelopen feestje zag ik een niet onvindbare gedwongen afwikkeling naar op zijn minst remise over het hoofd. Van Barts beweerde reputatie als 'remiseschuiver' was ik niet op de hoogte, anders had ik wellicht aangestuurd op dat 'contra-Elo' resultaat dat achteraf gezien de enige 'anomalie' van de eerste ronde zou zijn geweest (u merkt, ik spreek nog steeds de webmasters' taal).
Mijn partij van afgelopen woensdag tegen Carla Graafland verliep aanvankelijk veel slechter. Als zij haar torens stevig op de zevende rij had geplant was het afgelopen geweest. Maar schaken (tegenover een mens althans, inderdaad) is ook een psychologische aangelegenheid. Voor wat vage tegenkansen ging ik dameruil uit de weg. Kennelijk bracht dit mijn tegenstandster tot de overtuiging juist daarin haar heil te moeten zoeken, waarmee plotsklaps haar voordeel in rook opgegaan bleek. In het eindspel, waarin zij slechts een pion meer had, kwam mijn halfdode paard volop tot leven. Dansend van de ene vleugel naar de andere bracht het uiteindelijk de machteloze vijandelijke loper op. Helaas liet ik - o, blunder - het dier op de volgende zet een vreugdesprong teveel maken waardoor een van Carla's overgebleven twee pionnen kon ontsnappen uit het beruchte vierkant.
Maar dat alles hindert mij niet. Moreel gezien sta ik gewoon op een score van twee uit twee.
Bij dezen daag ik mijn broeder schaakvader uit tot een sportief duel. Ik ben er klaar voor ...
... Dan, ’s avonds, val ik volkomen onverwacht in een overrompelende aflevering van DWDD Saturday Night. Matthijs van Nieuwkerk presenteert de muziekkeuze van zijn speciale gasten, de twee Rotterdamse uitbaters Leen en Bertus van hun op oude leest geschoeide kapperswinkel Schorem Haarsnijder & Barbier ... Twee uur lang op primetime is het rauwe rock-’n-roll dat de klok slaat: metal, punk, trash, garage, psychobilly en andere prettig gestoorde gekte ... Deel twee wordt ingevuld met een muziekfilm op voorspraak van de gasten. De mannen van Schorem hebben gekozen voor de documentaire Lemmy uit 2010.
Lemmy, achternaam Kilmister en drieënzestig jaar ten tijde van de opnames, is oprichter,voorman, zanger en bassist van Motörhead, de rockband waarmee hij na ruim tien jaar omzwervingen in de wereld van de popmuziek midden jaren zeventig zijn ultieme vorm en eindbestemming vindt. (...). Wie de groep niet kent zoekt op internet naar hun bekendste nummer, de klassieker ‘Ace of Spades’.
Zo is het al vijfendertig jaar en zo zal het blijven zolang Lemmy leeft.
Dertig jaar later
Met zijn grote gestalte, de leren broek strak om de lange spillebenen, hoge laarzen, twee dreigend langs het lichaam zwaaiende armen en volle bakkebaarden die overlopen in een brede snor, vertoont Lemmy een verbluffende
gelijkenis met Tedje van Es, de minder slimme helft van de ‘Tegenpartij’, een creatie uit 1980 van het befaamde televisieduo Van Kooten en De Bie. ...
‘Most players play something like this,’ zegt Lemmy, en hij plukt wat aan de snaren, pom pom-pom pom-pom. ‘Where as I...’ Lemmy draait een aantal knoppen van de versterker open, die je vervaarlijk hoort suizen, want elke beweging wordt nu duizend maal elektrisch versterkt, ‘sound quite different...’
(...)
De incidentele aantijging nazisympathisant te zijn pareert hij simpel met de stelling dat hij zeker zeven donkergekleurde vriendinnen in zijn leven heeft gehad, waarmee hij toch moeilijk zijn opwachting had kunnen maken bij ‘der Führer’. ...
Midden jaren zestig speelt hij bij een band die zich de Rockin’ Vickers noemt. Met het bekende ‘Dandy’ van Kinks’ Ray Davies noteren ze een bescheiden hit.
(...)
Omdat dit een keurig blog is, houdt Stacia in deze video haar kleren aan.
Maar er bestaan andere waarin u haar beter kunt leren kennen...
Begin jaren zeventig is hij lid van Hawkwind (...). Het door Lemmy gezongen Silver Machine’ bereikt een nette plaats in de top veertig. Liveoptredens van Hawkwind trekken de aandacht door de aanwezigheid van een naaktdanseres (...). Heel goed herinner ik mij de foto waarop de vooral ook zeer rondborstige Stacia haar act tot halverwege heeft opgevoerd en hoe ík als veertienjarige de Muziek Express (...) veelvuldig opensloeg op de pagina waar die stond afgebeeld. ...
Het verhaal LEMMY, GODFATHER OF HEAVY METAL is geheel te lezen in:
Als u helemaal tot hier gekomen bent en alle video's hebt uitgekeken, dan kan het niet anders of u bent u een echte liefhebber. Neemt u nog eens twee uur de tijd voor de hele documentaire:
Lemmy Kilmister overleed op 28 december 2015. Laatste nieuws: sinds enige tijd maakt Lemmy in de pophemel furore met zijn nieuwe supertrio. Lees hier hoe dat precies zit. Niet te missen als de namen Jimi Hendrix, Keith Emerson en Emerson Lake & Palmer u iets zeggen.
(Eén:) bij ontbijt de geboorte precies 14 jaar geleden van Eelke's oudere broer gevierd, (twee:) 's middags met 2½ uit 3 winnaar van een vierkamp op het Zuidlaarder schaakfestival, na een identiek resultaat op de Tata Steel weekendvierkampen en een zorgvuldig - meer dan een klein inside verslag op de site van de Meppeler schaakvereniging is er niet over terug te vinden - buiten de publiciteit gehouden score van 5 uit 5 in een zeskamp op het Dwingeler Boerenkool schaaktoernooi van een week eerder, zonder enige gekheid mijn derde achtereenvolgende toernooizege in zes weken, jawel, met 9 overwinningen en 2 remises ben ik in dit jonge jaar nog ongeslagen en lijk ik mijn schaakbestemming gevonden te hebben: rápid is mijn ding en Drenthe mijn provincie, (drie:) godzijdank nu eens even geen oranje overwinning bij een Olympisch schaatsonderdeel, mooier nog, verslagen met een verschil van een luttele 3 duizendste van een seconde op de 1500 m, zonder dat hadden we nooit getuige kunnen zijn van de weelderige haardos en fraaist gevormde mannentorso van de gehele Spelen die verliezer Koen Verweij ons op het middenterrein minutenlang toonde, en de schaatsbeelden wáren al zoveel beter te pruimen sinds de afwezigheid van koning Willem Alexander op de tribune met naast zich de meest huichelachtige vrouw van het westelijk halfrond, let op mijn woorden: ooit, te midden van een rits onnavolgbare huwelijks- en politieke schandalen en andere vrouwelijke machinaties, komt haar ware aard aan het oppervlak en zal zij, Maxima, het einde van de Nederlandse monarchie blijken te hebben ingeluid, al te hard mogen we dus ook weer niet over haar oordelen, en dan (vier, en de aanleiding om op dit blog voor het eerst af te wijken van zijn onderwerp:) volkomen onvoorzien, gratis en helemaal voor niks en net als je denkt dat de dag er bijna op zit, een lange lange zaterdagavond getrakteerd worden op de meest gedenkwaardige tv uitzending sinds de spraakmakende voorstelling van volksschrijver Gerard Reve in de Heilige Hart Kerk, voor het Nederlandse publiek in beeld gebracht door de VPRO, we schrijven dan 1969, thuis waren wij - in de woorden van Neerlands grootste schrijver van de vorige eeuw - nog niet eens in het bezit van een verrekijk.
Wat was het geval? In twee avondvullende uitzendingen presenteerde Matthijs van Nieuwkerk de afgelopen zaterdagen in een speciale aflevering van De Wereld Draait Door, DWDD Saturday Night, de muziekkeuze van zijn speciale gasten. De eerste keer was het al goed raak met het sportjournalisten duo van een in topvorm verkerende Hugo Borst en een verrassende Henry Schut. Een prachtige persoonlijke inkijk in vijftig jaar popgeschiedenis gleed aan de kijker voorbij, meest oud en bekend werk maar ook recenter en hedendaags en soms met voor mij althans volkomen onbekende namen.
Maar het is werkelijk helemaal niets vergeleken met wat een week later meer dan tweeëneenhalf uur onafgebroken over de kijker wordt uitgestort. Weinig verwachtingsvol doordat de aangekondigde gasten mij niets zeiden had ik het programma bijna een half uur te laat ingeschakeld. Mijn aandacht wordt meteen getrokken door een opname van een spetterend openlucht concert van heavy metal band Iron Maiden voor een menigte waarvan het einde in de horizon verdwijnt. Daarna zie ik Van Nieuwkerk in gesprek met twee keurig gecoiffeerde heren van ik schat ergens in de veertig, de ene klein van stuk met bolhoed en wipsnor, de ander groter met een dikke jaren vijftig bril op zijn neus en een baard zo vol, zwart en lang dat ik in hem een rasechte Hollandse moslimbekeerling vermoed. Beiden zitten strak in driedelig pak maar zijn tevens zwaar getatoeëerd. Achter hen een twintigtal even goed gesoigneerde soortgenoten, vooral met veel snorren en baarden, allen net even anders maar in dezelfde stijl gekleed, maar wel zonder uitzondering stijf staand van de brylcreem. In hemelsnaam, vraag ik mij af, wat is dit voor gezelschap? En wat doen deze lieden in DWDD Saturday Night?
Leen en Bertus van Schorem Haarsnijder en Barbier met hun muziekkeuze bij Matthijs van Nieuwkerk's DWDD Saturday Night
Rust wordt de kijker niet gegund en een volgend muziekfragment laat mij van pure opwinding van de bank ploffen. Matthijs van Nieuwkerk kondigt aan: "Rainbow Theatre 1977, New Year’s Eve, van het album It's Alive, ze mochten vanavond niet ontbreken" en Blitzkrieg Bop het lijflied van de onsterfelijke Ramones dendert voorbij.
Alhoewel onsterfelijk, driekwart van deze Amerikaanse punkrock band van het eerste uur is al jarenlang morsdood maar destijds waren het decennialang mijn absolute favorieten. Het legendarische "Hey-ho, let's go" wordt in de studio massaal nageaapt. Een gevoel van geluk vaart in mij als ik besef hoe weinig het had gescheeld of ik had dit gemist. Ik dompel mij onder in het bad van het ongetwijfeld verrukkelijke anderhalf uur dat nog komen gaat.
Tussen de bedrijven door google ik op de laptop naar het hoe en wat van deze verzameling bizarre maar wel zeer prettig gestoorde gasten. De twee heren, Leen en Bertus genaamd, blijken eigenaren van een nog maar kort bestaande Rotterdamse kapperszaak. Maar geen gewone kappers. De twee hebben het aloude vak van barbier opgevat. De naam van hun winkel: Schorem Haarsnijder en Barbier. Knippen en ouderwets scheren. Alleen voor mannen. Honden mogen naar binnen, vrouwen niet. Voor hen is de winkel verboden terrein: omdat "elke man recht heeft op een plek waar hij even man kan zijn". Een behandeling op afspraak is niet mogelijk, klanten wachten gewoon tot ze aan de beurt zijn wat zomaar een anderhalf uur kan duren maar in de tussentijd krijgen ze daarvoor wel een goed glas bier geserveerd. In een kostelijk optreden in een aflevering van DWDD van vorig jaar doen Leen en Bertus zelf alles haarfijn uit te doeken.
Vreemd genoeg kwam daarin niet hun hartstocht voor muziek of liever gezegd rock and roll voor het voetlicht. Misschien om die te bewaren voor deze Saturday Night. Want zaterdagavond gaat het alleen maar dáar over. Rock and roll. In al zijn varianten maar steevast van het zuiverste water.
Niet alleen de twee hoofdgasten blijken kenners. Bij elk muziekfragment wordt een van hun kompanen achter hen, waarvan het mij niet duidelijk is of het medewerkers, vaste klanten of zelfs fans zijn, naar voren geschoven die - de een nog meer welbespraakt dan de ander - vol geestdrift zijn liefde voor de komende artiest of band belijdt. Tijdens uitzending van het fragment beweegt het hele gezelschap met de muziek mee en gaan ze meer dan eens volledig uit het dak. Niets walgelijker dan vijftigers, wat zeg ik zestigers die voor de gelegenheid en onbeschaamd in het volle zicht van een televisiecamera meezingen met mainstream hits zoals altijd te zien is in de eerste uren van het nieuwe jaar op een van de Nederlandse publiekszenders. De mannen van Schorem doen hier precies hetzelfde, maar als je keurig in het pak gestoken heren couplettenlang gemene punk- en underground teksten woordelijk met hun mond mee ziet bewegen verdwijnt gene als sneeuw voor de zon - dit is echt en puur.
Het is in de eerste plaats trash, metal, garagerock, punk, rockabilly, psychobilly, punkabilly of hoe het ook allemaal mag heten wat de klok slaat. Niet lang na de Ramones komen de krankzinnige Cramps voorbij met hun clip van Creature from the black leather lagoon, voor mensen met een sterke maag.
De beste band ooit, roept er iemand. Dat wordt zelfs onze Matthijs ("nou, beste band ...?) te gortig. Een dag later haal ik hun platen uit het stof en bekijk vroegere live opnamen op YouTube. Ik zie vijfentwintig jaar rock and roll geschiedenis gestoken in een met waanzin gevuld punkjasje anno eind jaren 70 / begin 80, alles met zorg bedacht en uitgevoerd. Nee, zo heel erg ver zat dat kappertje er ook weer niet naast.
Er zijn twee zwoele dansfragmenten uit films van regisseur Quinten Tarantino. Mijn kennis van hem is beperkt al weet ik hoe hij met Reservoir Dogs het heerlijk vrolijke zomerliedje Little green bag van (nadien braakmiddel) George Baker een terecht ereplaatsje in de popgeschiedenis heeft gegeven.
De heren van Schorem verzekeren dat Tarantino keer op keer heeft bewezen alles perfect te begrijpen en je gelooft ze op hun woord, want ik ben al lang overtuigd dat Schorem zelf precies weet hoe het allemaal in elkaar steekt.
Hapjes en schuimend bier gaan rond en het gezelschap wordt steeds vrijer. De kleine, of het nu Leen of Bertus is weet ik nog altijd niet, voert het meest het woord. De moslimman laat het zich allemaal welgevallen, alleen als aan het eind Mink DeVille aan de beurt is zet hij een voet tussen de deur. Mink DeVille is voor hem, het is zijn held. Eerder al heeft hij verkondigt hoezeer muziek uit al die verschillende tijdsgewrichten op de een of andere manier altijd met elkaar verbonden blijkt, hoe alles immer in elkaar grijpt en hoe mooi dat is. De vergelijking met Reve ("ik begrijp niet hoe iemand er anders over kan denken dan ik") is niet geheel uit de lucht gegrepen, er is een gesloten wereldbeeld waarbuiten niets bestaat, kan bestaan en hoeft te bestaan want alles klopt. De terloopse humor waarmee een en ander gepaard gaat is trouwens een tweede overeenkomst. Groot verschil: de leden van Schorem zitten er super relaxt bij en genieten zelf het meest.
Er is een Lowlands opname van de hardst spelende Nederlandse band Peter Pan Speedrock, Charlie Chaplin als barbier in de Great Dictator, Creedence Clearwater Revival (Schorem: "tijdloos, let alleen niet op hun kapsels!") met Bad moon rising.
Het moet van rond 1969 zijn, van Gerard Reve had ik nog nooit gehoord, maar CCR was mijn eerste band, zesde klas lagere school. De opvolgende tien jaar distantieerde ik mij er van alsof het een weliswaar begrijpelijke, maar toch ernstige jeugdzonde betrof, ja de ontwikkelingen gingen snel. Maar als ze in 2014 met terugwerkende kracht de zegen van barbier Schorem ontvangen kun je de schaamte, zo die er nog mocht zijn, ver van je werpen. Guns N' Roses krijgt een plaats en een van de vele verrassende filmpjes is die van een feestband bestaande uit Amerikaanse Ieren. Het gezelschap, aangevoerd door een gastzangeres die, zo bekennen de heren van het vrouwenverbod, "niet onaardig is om naar te kijken", zet hun nummer rustig in om het vervolgens te laten ontploffen in een soort van orgastische folkpunk. Stop! Dit is niet om te missen!
En dan is dit nog lang niet alles, sowieso trouwens is er het eerste half uur dat ik gemist heb.
De gekozen en besproken muziekfragmenten worden enkele malen onderbroken door live muziek in de studio. De muzikanten en bands - allen qua uiterlijk en muziek geheel in stijl van de avond - zijn geselecteerd door barbier Schorem en gaan helemaal loos. De namen zeggen me niets, maar met hun opzwepende optredens winden ze de hele studio moeiteloos om de vinger. Ergens tussen 10 uur en half 11 neemt de uitzending dan een einde.
Máááár dames en heren ... we zijn nog niet klaar, dit was pas de helft ...
Deel 2 van DWDD Saturday Night wordt gevuld met de vertoning van een rockdocumentaire of -film, natuurlijk op voorspraak van de geachte gasten. Borst en Schut kozen een week eerder voor 'Some kind of a monster' over de dreigende teloorgang van heavy metal band Metallica, volgens kenners een van de beste in het genre. Ik was niet onder de indruk van de eerste tien minuten (hardrockers op de bank bij een therapeut!?) en bezweek al snel voor de druk van mijn huisgenoten over te schakelen naar 'De grote improvisatieshow' en andere moderne ongein. Deze avond kan daar geen sprake van zijn; vrouw en kinderen heb ik al twee uur lang veroordeeld tot het met oordopjes in verplicht filmkijken of gamen op ieders eigen tablet dan wel Macbook en nu ik laat ik ze één voor één vertrekken richting slaapkamer. Vanaf de eerste minuut zit ik weer gekluisterd aan het scherm.
De kappers van Schorem hebben gekozen voor de documentaire 'Lemmy' uit 2010. Lemmy, achternaam Kilmister en 63 jaar ten tijde van de opnames is oprichter, voorman, zanger en bassist van Motörhead, de rockband waarmee Lemmy na ruim 10 jaar omzwervingen in de wereld van de popmuziek midden jaren zeventig in één klap zijn ultieme vorm en tevens eindbestemming vond.
Het geluid van Motörhead is uit duizenden herkenbaar. Het tempo onverminderd hels, bas en drums dreunend, de gitaar striemend en daar nog net boven uit Lemmy's zang schreeuwend, kermend en vooral heel erg hees. Zo is het al 35 jaar en zo zal het blijven zolang Lemmy leeft. Voor wie ze niet kent, dit Ace of Spades is hun bekendste nummer waarvan hier ook een live versie, met een andere gitarist en drummer maar eenzelfde Lemmy zij het 30 jaar ouder. Wat je er ook van mag vinden, het valt niet te ontkennen: het heeft iets. Of nee, het is uniek, geweldig en niet te geloven dat een bijna zeventigjarige dit neerzet op het podium.
De termen metal of grunge bestaan in 1975 nog niet. Er bestaat op dat gebied alleen hardrock, het genre waar Motörhead in eerste instantie onder geschaard wordt. Punk zorgt voor een revolutie in de rockcultuur en zet zich heftig af tegen de steeds pompeuzer en megalomaner wordende muziek, shows en gedragingen van de ver van hun roots afgedwaalde gearriveerde rocksterren inclusief die van de meeste klassieke hardrockgroepen. Lemmy trekt zich van niemendal wat aan, zoals hij als kind van de hippiegeneratie nooit hippie werd. Lemmy gaat zijn eigen weg en groeit mede daardoor uit tot Godfather van Heavy Metal. Een genre dat vanaf de jaren tachtig/negentig als aparte stroming met zijn talloze variaties binnen de popmuziek een niet meer weg te denken plaats heeft ingenomen. Ook de punkers weten Lemmy langzaam aan op waarde te schatten en, sommigen vroeger anderen later, allemaal omarmen ze hem uiteindelijk als één van hen. Zoals Lemmy hen al lang in zijn grote armen gesloten had, zonder dat ze het wisten, ja zelfs nog voor ze waren geboren, want Lemmy was waarschijnlijk al in het begin van jaren zestig punk.
De documentaire laat onze held zien als een levende stripfiguur. Met zijn grote gestalte, de leren broek strak rond de lange spillebenen, hoge laarzen, de armen twee decimeter aan weerszijden van het lichaam dreigend zwaaiend en volle bakkebaarden die overlopen in een dikke snor, vertoont Lemmy een verbluffende gelijkenis met Tedje van Es, de minder slimme helft van de Tegenpartij, creatie van het befaamde televisieduo Koot en Bie op het hoogtepunt van hun carrière rond 1980. Het lachwekkend stoere, want 'far over the top', loopje dat Wim de Bie met zijn lange lijf meer dan eens aan zijn typetjes gaf, trekt in de film in de persoon van Lemmy meer dan twee uur aan je voorbij. Geen twijfel mogelijk, al sinds de oprichting van Motörhead, moet dit letterlijk de gang zijn waarop hij - zonder enige vorm van zelfironie - door het leven stapt. Vergis je niet, Lemmy vat de taak die hij als levende rocklegende te vervullen heeft uitermate consciëntieus op.
Ronduit schitterend is de scene waarin hij zijn manier van basspelen demonstreert. "Most players play something like this", zegt hij en Lemmy plukt wat aan de snaren, pom pom-pom pom-pom. "Where as I ...", Lemmy draait een aantal knoppen van de versterker open die je vervaarlijk hoort suizen want ja elke beweging wordt nu tienduizend maal elektrisch versterkt, "sound quite different ..." en begint dan met alles wat aan en in zijn handen zit onbedaarlijk op zijn basgitaar te timmeren, de herrie van een compleet orkest producerend. Het is de sound van Motörhead die uit de boxen knalt, zijn gouden uitvinding, de conceptie van grunge, metal, death, hardcore en wat dies meer zij. Het moet pure menslievendheid van Lemmy zijn geweest dat hij al die jaren steeds twee andere leden in zijn band heeft toegelaten, want als je de bas zo bespeelt zou je het prima zonder gitarist en drummer kunnen stellen.
De hele film door laat Lemmy ons delen in zijn wijsheden. Het verhaal dat hij 2000 vrouwen zou hebben gehad is niet waar, het waren er slechts 1000, niet veel verklaart hij want met zijn leeftijd van 63 is dat maar een schamel gemiddelde per jaar. Seks duurt op zijn best een half uur, een rock and roll set anderhalf uur, dus die keuze was snel gemaakt, "that's why I never married". De verklaring van een ooit aan de heroïne verloren vroege liefde en het ontbreken van een vader vanaf zijn babyjaren wijst hij als psychologie van de koude grond van de hand.
Twintig jaar geleden is hij verhuisd naar de States. Als Lemmy niet met Motörhead de wereld rondtoert, brengt hij de dagen en nachten hoofdzakelijk door achter de gokmachine in het plaatselijke etablissement, zijn op een na belangrijkste bezigheid in dit leven en laat zich welwillend op de foto zetten met en door passerende toeristen die zich verbazen over de vriendelijkheid van de zo woest ogende reus. Roem, rijkdom en weelde laten Lemmy volstrekt koud. Het door hem gehuurde onderkomen is tot in alle hoeken volgeplempt met de meest uiteenlopende prullaria al dan niet door diehard fans aan hem geschonken tot oorlogswapens en een verzameling swastika's aan toe. De incidentele aantijging van nazisympathisant te zijn pareert hij simpel met de stelling dat hij zeker zeven donkergekleurde vriendinnen in zijn leven heeft gehad waarmee hij toch moeilijk zijn opwachting had kunnen maken bij 'der Führer'. Voor de rest houdt hij zich in leven met whisky en pillen.
Nog meer dan muziek blijkt punk een levenshouding. Die een leven lang vasthouden is aan weinigen gegeven. Aan Lemmy is het toevertrouwd. Lemmy deugt, daar kan geen misverstand over bestaan.
Interessant is de aandacht die de film besteedt aan Lemmy's episode voorafgaand aan Motörhead. Geboren in midden Engeland verkiest hij de Beatles ver boven de toch vuigere Rolling Stones. Lemmy heeft veel meer op met de arbeidersstad Liverpool dan het Londen waar de Stones vanuit een kunstacademie milieu ontstonden. Midden jaren zestig is hij lid van de Rockin' Vickers die met het bekende Dandy van Kinks' Ray Davies een bescheiden hit noteren. Op het internet lees ik dat ze succesvol op het Europese vasteland speelden tot in Finland en Joegoslavië, waar ze het zelfs tot een ontmoeting brengen met opperbaas Tito. Al veel dichter bij zijn aard komt het volgende belangrijke hoofdstuk in Lemmy's loopbaan: roadie bij Jimi Hendrix. Hij regelt ook de drugs voor de sensationele gitarist, die niet te beroerd is deze broederlijk met hem te delen. (Of hij Prince dan niet goed vindt, vroeg ooit iemand aan hem, zo vertelt Lemmy elders in de film, "I said no, I've seen Jimi Hendrix ye'know").
Begin jaren zeventig is hij lid van Hawkwind waarvan de stijl in de pers gedoopt wordt tot spacerock. De groep heeft met Silver Machine, gezongen door Lemmy, een soort van cult hit die zelfs tot in de top 40 weet door te dringen. De groep trekt mede de aandacht omdat het zijn optredens laat opvrolijken met de aanwezigheid van een naaktdanseres. Deze indertijd bijzonder aantrekkelijke Stacia (ah, dat is waar ook, dat was haar naam!) komt in de film kort aan het woord. Heel goed herinner ik mij de foto waarop de vooral ook zeer rondborstige Stacia haar act tot halverwege heeft opgevoerd en hoe ík als 14-jarige de Muziek Express (of was het wellicht de wat vrijmoediger Muziekparade?) veelvuldig opensloeg op de pagina waarop die stond afgedrukt. Lemmy wordt gedwongen de band te verlaten. Oorzaak: drugsgebruik. Lemmy voelt zich het best bij speed, de rest van de groep zweert bij LSD. Ja, dan houdt het op.
En de rest is dus geschiedenis. Een lange rij van rockhelden passeert in de film de revue en allen verklaren zich schatplichtig aan deze man. Een van de mooiste bijdragen is van Henry Rollins, voorman van de Californische Black Flag maar meer nog punkideoloog. Hij vertelt hoe Lemmy, geboren in 1945, ooit tegen hem zei: "I remember times where there was nó rock and roll!". Het klinkt als van iemand die de ellende en honger van een oorlog aan den lijve heeft ondervonden en daarmee een verwend kind dat zijn eten laat staan tot de orde roept. Rock and roll als eerste levensbehoefte.
Maar ook godfathers hebben niet het eeuwige leven, al weet je het met Lemmy nooit. Een zonnetje in huis lijkt Lemmy nooit te zijn geweest. In de documentaire drukt zijn gezicht vaak een intense droefenis uit. Zo nu en dan breekt een flauwe glimlach door, als van een in het leven berustende bejaarde die terugdenkt aan een gebeurtenis uit een ver verleden toen hij nog jong was. Nee, rocklegende zijn is geen eenvoudige job. Maar iemand moet het doen.
Aan het eind van de film laat de regisseur Lemmy vanuit verschillende hoeken met opgestoken middelvinger, zijn handelsmerk, afscheid nemen van de toeschouwer. Op dezelfde wijze zal hij ooit dit leven verlaten, dat is een ding wat zeker is. Nederland had Herman Brood, de wereld heeft Lemmy. Nog wel, heel erg lang zal het waarschijnlijk niet meer duren. Naar het schijnt loopt Lemmy sinds kort met een geimplanteerde defibrillator in zijn borstkas. Als rocker met bijbehorende levensstijl ligt zijn leeftijd naar burgerlijke maatstaven gemeten natuurlijk ook ergens dik in de honderd.
Ach, we moeten er niet om heen draaien, de hele ávond is er een geweest van lang vergane glorie. Werkelijk alles was heel erg van de vorige eeuw. In een onbewaakt ogenblik leest Eelke een gedeelte van mijn tekst, snapt er natuurlijk niets van, maar heeft al wel meteen zijn oneliner klaar: "Papa, je bent gewoon een oude man. De reden dat jij zoveel van geschiedenis weet is dat je het allemaal zelf hebt meegemaakt!". Die zit. Ik houd mijn mond.
Dit nog dan. We leven in een vrij en democratisch land, ik weet het en dat moet zo blijven, maar omroep Max, asjeblieft, weg ermee!
Het Tata Steel Chess Tournament is nog in volle gang. Toch is het al weer een week geleden dat Eelke en ik acte de présence gaven in de weekendvierkampen.
Onderstaande foto kreeg ik toegestuurd van moeder Ruben en Thijmen. Zij zag hoe Eelke vanuit de sporthal van Dorpshuis de Moriaan - de zaal waar het allemaal gebeurt - een kijkje nam hoe ik het er van afbracht in groep 9, de laagste van de vierkampen en daardoor veroordeeld tot spelen in het nabijgelegen Café de Zon, en drukte haar toestel af. Waarvoor mijn dank.
Foto Judith Bourgonjen
Ik speel hier tegen Willy van Harten die met haar man en drie kinderen als complete familie deelnam aan het wereldberoemde schaaktoernooi. Met het beeld van de schakende grootmeester in zee op de achtergrond en gezeten op een podium achter een afscheiding, zou je bijna denken dat het hier één van de hoofdtoernooien betrof.
(Oorspronkelijk gepubliceerd in het toernooiboek van het Schaakfestival Groningen 2013: 'Chess Festival Groningen 20-30 december 2013')
Toen ik werd gevraagd een bijdrage te schrijven voor het toernooiboek van het Schaakfestival Groningen 2013 moest ik meteen denken aan het eerste artikel dat ik precies twee jaar geleden schreef voor de website van SC de Paardensprong, de bloeiende Groningse jeugdschaakvereniging waar mijn achtjarig zoontje destijds net een jaar lid van was. Samen met vier clubgenoten had hij zich ingeschreven voor het Compact toernooi van 2011. Ik besloot hun voorbeeld te volgen. Minder vanwege het schaken dan wel dat het mij de gelegenheid bood een serie van dagelijkse schaakverslagen te schrijven over het Schaakfestival, die ik voor een deel in het teken plaatste van een denkbeeldige competitie tussen vader en zoon.
Mijn verhouding tot het Schaakfestival en het schaken in het algemeen kan ik niet beter verwoorden dan in onderstaande alinea’s uit het eerste artikel van die serie:
“…
Het Groninger Kerst-schaaktoernooi ken ik trouwens uit een ver verleden. Ooit, meer dan 25 jaar geleden, heb ik er zelf een keer aan deelgenomen. Bijster goede herinneringen bewaar ik er niet aan. Dag aan dag vier uur zwijgend achter een schaakbord tegenover een meestal even zwijgzame tegenstander, ergens onderin het toernooi, zeg maar: de bodem van de bodem, en dan na afloop op de fiets de spreekwoordelijke donkere dagen in richting huis. Natuurlijk, meestal met een droevige nederlaag op zak. Nee, erg vrolijk kon je daar niet van worden.
Ik was in die tijd enkele jaren lid van schaakclub Groningen. Schaken had ik als kind al geleerd, en bij vlagen speelde ik het spel tegen vrienden. Ik dacht dat het niet anders kon of met mijn aangeboren talent (...), wekelijkse oefening en wat studie, moest ik het op een echte schaakclub een heel eind schoppen. Helaas. Niet zelden verknoeide ik door blunders mijn met veel pijn en moeite opgebouwde stellingen. Ook een boekje met openingen bood geen soelaas. Of het nu e2-e4 was, of d2-d4: meer dan drie zetten van een opening kon ik niet onthouden, daarna husselde ik de vele varianten steevast door elkaar. Nog even meende ik met het riskante en agressieve koningsgambiet, e4 gevolgd door f4, mijn natuurlijke stijl gevonden te hebben ... Tot ik snel ook daarmee van het bord geveegd werd.
De ratings van een Karpov en Timman waren natuurlijk onmenselijk hoog, en dat enkele topspelers van de club een rating hadden van wel 2000 kon ik ook accepteren. Maar dat horden eenvoudige clubspelers moeiteloos een elo van 1500 of 1600 bereikten waar ik met een gapend en onoverbrugbaar gat ver van verwijderd bleef: dát werd me op zeker moment toch echt te veel. Een rating in de 1300 was mijn plafond. Meer zat er niet in. Het was niet anders. Ik hing het schaakbord definitief aan de wilgen en gaf mij op voor een bridgecursus.
Bridgen bleek trouwens ook een leuke denksport; gezellig en vergeleken met schaken bepaald socialer. Je speelde op een avond niet slechts een partij, maar al snel 24 potjes tegen verschillende mensen, en vanwege een grotere geluksfactor kon je tegen betere spelers zomaar eens winnen. Bridge speel ik sinds die tijd wekelijks.
Passief volgde ik het schaken echter nog steeds en mijn ontzag voor het spel en zijn beoefenaars bleef onverminderd groot. Al die tijd beschouwde ik het schaken op de denkbeeldige denksportladder als ver verheven boven bridge. Dat bridgen mocht dan aardig zijn, stiekem bij mezelf noemde ik het - en op een schaaksite dus hardop - spottend (ook met mijzelf) een (denk)sport voor talentlozen. Nee, dan schaken! Geen twijfel mogelijk. Dat was het echte werk. (Zo hoor ik dan toch nog een beetje bij de schakers ... hoop ik ...)
…”
Karpov - Timman tijdens IBM toernooi Amsterdam 27 mei 1981
(Foto: Rob Bogaerts/Anefo, Nationaal Archief, zie evt. hier)
Precies zo was het. En zo is het. Zelfs de namen van (Anatoly) Karpov en (Jan) Timman waren, zo blijkt nu, raak gekozen. Want juist zij spelen de traditionele tweekamp op het Schaakfestival van 2013. Puur toeval natuurlijk, maar dat ik de namen van deze twee noemde was niet toevallig. In mijn puberjaren maakte ik hun beider opgang naar de wereldtop bewust mee en alles wat je in die fase intens tot je neemt blijft je leven lang bij je.
Vergeleken met 2011 is er meer dat gelijk gebleven is, zoals mijn schaakrating. Er zijn ook dingen veranderd, gelukkig maar: zoonlief is mij inmiddels ruim voorbij en kan in de komende editie van het Schaakfestival in de Open B groep misschien nog hoge ogen gooien.
Het schrijven over schaken in de rol van schaakvader ging mij beter af dan het schaken zelf. In die hoedanigheid beleefde ik begin juni het meest bijzondere schaaktoernooi dat ik in 2013 in Nederland meemaakte: het Basamro Chess Tournament op voormalig cruiseschip de ss Rotterdam gelegen in de haven van de gelijknamige stad.
Net als de tweekamp op het komende Schaakfestival werd dat toernooi georganiseerd in het kader van het Nederland-Ruslandjaar 2013 met o.a. een teamafvaardiging uit Moermansk, de Russische stad overigens waarmee Groningen al bijna 25 jaar een stedenband onderhoudt. Jan Timman was er een weekend lang de prominente eregast. En het was in de wandelgangen dáar dat ik vernam van het sensationele plan om Karpov en Timman voor een tweekamp op het Groninger Schaakfestival samen te brengen.
De belevenissen op dat toernooi inspireerde mij tot het schrijven van een lang verhaal op het schaakblog ‘schaakvaderverhalen’ dat ik net gestart was: “Het BASAMRO Chess Tournament! Sprakeloos ….”. Een verhaal over heden en verleden, oude en nieuwe roem, mijn ontmoetingsloze ontmoeting met Nederlands levend schaakmonument Jan Timman, en over terugkerende sprakeloosheid. Omdat ik toch bezig ben, ook daaruit een persoonlijke passage:
“…
Ik voel een aandrang in het binnenste van mijn rechterarm, alsof die een eigen wil heeft, om een beweging in zijn richting te maken. Een hand uitsteken naar Jan Timman? En zeg ik daar nog iets bij dan? Ik ben die en die en ik geef u nu een hand? Moet ik hem met ‘u’ aanspreken of behoort ‘jij’ ook tot de mogelijkheden? Ben ik überhaupt bij machte iets meer dan onnozel gestamel voort te brengen? Waarom trouwens eigenlijk hier Timman de hand schudden? Het feest is voorbij. Of denk je soms dat hij hier nu staat om afscheid van iedereen te nemen? Speciaal van jou natuurlijk, ha!
…”
Jan Timman tijdens de simultaan van het Basamro Chess Tournament, 1 juni 2013
(Foto Ab Scheel)
En zo komen er aan het einde van het jaar een aantal lijntjes fijn bij elkaar. Op het Schaakfestival Groningen 2013. Ik zal er bij zijn en alles op de voet volgen. Op afstand natuurlijk, want ik ken mijn plek. In de staart van de Open C of – als ik voor de korte versie kies - de Compact D.
Derde en laatste bedrijf. We schrijven ronde vijf. Mijn twee overwinningen heb ik laten volgen door evenzoveel nederlagen en ik sta weer met beide benen op de grond. De dag ervoor verloor ik van jeugdspeler Abe Algra, die met zijn snelle spel de indruk wekte de meeste van mijn zetten allang te hebben voorzien. Op deze laatste dag prijs ik me dan ook gelukkig met een tegenstander op leeftijd, Timon Bos. Ik weet inmiddels wie hij is. Die zo onopvallende heer die in de eerste ronde schuin tegenover mij zat, maar wel zo hard was in recordtijd te winnen van Quinten, al was mij niet duidelijk geworden hoe dat precies in zijn werk was gegaan. Hoe het ook zij, dit was een opgelegde kans het toernooi mooi af te sluiten.
De goden in de schaakhemel gingen er eens goed voor zitten. Ik, sukkel, had geen besef van het spelletje dat met mij werd gespeeld...
Lees over het onwrikbare bewijs van het bestaan van de schaakgoden in:
Traditiegetrouw barst het Schaakfestival Groningen pas echt los op tweede Kerstdag. De pakweg 200 schakers die de negenrondige Open competitie spelen en er al vier dagen op hebben zitten, worden vanaf vandaag vergezeld door een 150-tal Compact schakers die vijf ronden voor de boeg hebben. De vier laatste dagen zal trouwens de drukte het grootst zijn, omdat het aantal bye's dan minimaal is. Vanaf nu is er maar één opdracht voor elke Schaakfestival deelnemer: punten scoren!
63 jaar verschil tussen de 6 jarige Machteld van Foreest en Ruud Steenbergen
(Foto toernooisite)
Eelke speelt voor het eerst in een Open groep, de B. Zelf neem ik mijn vertrouwde plek in in de Compact D. In beide groepen vindt er vandaag een grootschalige confrontatie plaats tussen de volwassen schaker en de kindschaker, de oudjes tegen de jonkies. Zoals bekend neemt een groot aantal jeugdschakers deel aan het Schaakfestival, naar verhouding vooral in de onderste groepen. Het is onontkoombaar dat de ene jongere de andere ontmoet aan het schaakbord - minder boeiend want vaak kennen ze elkaar al door en door van het jeugdschaak.
Veel interessanter is het als het kind de oudere schaker treft. Vandaag was er in dat opzicht veel te genieten. Ik heb eens even geturfd en telde in de Open B van de twintig partijen acht ontmoetingen tussen oud en jong. De grens legde ik bij 16 jaar, een 17- of 18 jarige mag je een schaakvolwassene noemen. In de Compact D was de uitkomst nog veel frappanter: van de dertien wedstrijden liefst tien tussen de generaties!
Je bent dan natuurlijk benieuwd naar de resultaten. Welnu, ik zal de uitslag verklappen: die was 11-7 voor de oudjes. Had u gedacht dat de kinderen zouden winnen? Zoals vaak het geval is als op een schaakclub bij gelegenheid de kinderen het tegen de ouders opnemen en daar meestal de vloer mee aanvegen? Die vergelijking gaat echter volledig mank, immers veel van die ouders raken de schaakstukken zelden of nooit aan.
Op een echt schaaktoernooi ligt dat heel anders, de volwassenen noemen zich allen schaakspeler, niet zelden een doorgewinterde. Dat stelt de uitslag in een ander daglicht. Nog wat statistiek. Opgeteld bedraagt de leeftijd van de achttien kinderen 206 jaar. De achttien volwassenen stellen daar 937 jaar tegenover ... Bijna een factor vijf meer aan schaakervaring!
Joris Spanjer, die moeiteloos 64 jaar overbrugt
(Foto toernooisite)
Het grootste leeftijdsverschil zat tussen de 12 jarige Joris Spanjer en zijn 64 jaar oudere tegenstander Han Meijer. Inderdaad, Joris won. Dat laatste lukte de jongste deelnemer van het hele toernooi net niet. De 6 jarige Machteld van Foreest moest - nog even - haar meerdere erkennen in de meer dan tien keer zo oude Ruud Steenbergen.
11-7. Die uitslag bevestigt wat iedereen wel weet: de oudere toernooischaker doet het in de broek voor de jeugdschaker. Hoe groter het leeftijdsverschil en vooral hoe jonger het kind, des te groter is de zucht van verlichting die de volwassene heimelijk slaakt als hij de partij tot een goed einde heeft weten te brengen.
Vandaag nam ik de eerste horde. Ik won van een 16 jarige. Maar één zwaluw maakt nog geen zomer. Er zijn nog vier ronden te gaan. En wat erger is: de gemiddelde leeftijd van de Compact kinderen ligt rond de tien jaar. Ik hoop dat ik het droog houd ...
(Oorspronkelijk gepubliceerd op de schaaksite, 23 dec 2013, zie hier)
Op onderstaande foto reiken Casper Schoppen en Eelke de Boer elkaar voor hun partij in de derde ronde van het Groninger Schaakfestival 2013 de hand.
De vaders, die het spel van hun zonen al lang de pet te boven gaat, kunnen slechts lijdzaam toezien bij het urenlange schaakgevecht dat de twee deze middag opvoeren. Het vijfde uur gaat in met een eindspel van een kale dame van Eelke tegen een toren, loper en drie pionnen van Casper. Het duurt nog eens een uur en in totaal zo’n 75 zetten voordat de laatste de materiële voorsprong heeft weten om te zetten in een overwinning.
Nog is het niet klaar. Samen met de aanwezige KNSB trainers wordt de partij nog eens dunnetjes overgedaan en slaat men het liefst de ene na de andere zijweg in. Ook hier hebben vader Casper en vader Eelke niets in te brengen.
Vandaag, zaterdag 30 november, namen Eelke en ik deel aan het Waling Dijkstra rapidtoernooi in de Tresoar, het Fries Historisch en Letterkundig Centrum te Leeuwarden, georganiseerd door de 166 jaar (citaat:) "jonge" schaakclub Philidor 1847. Het veld telde een zestigtal deelnemers, die gelijkelijk waren verdeeld over een A- en een B-groep.
In die laatste groep was ik met 4 punten uit 9 niet ontevreden. Natuurlijk gaf ik her en der de bekende cadeautjes, maar deze keer kreeg ik ze ook terug, en - nog belangrijker - wist deze zelfs te verzilveren. Eelke had het uiteraard aanmerkelijk zwaarder in de groep boven de 1800 ratinggrens, maar kwam toch uit op een keurige 3½ punt.
Onderstaande foto komt van de toernooisite, meteen de eerste uit het album van de A-groep (zie hier). Voordat u denkt dat het een shot is uit 'One flew over the cuckoo's nest', u weet wel, de beroemde psychiatrisch ziekenhuisfilm (uit 1975) met een briljante Jack Nicholson in de hoofdrol, maar evenzo onvergetelijk door de bonte verzameling van diens, altijd diep menselijke en dikwijls ontroerende, mede"patiënten" - neen, dit zijn de lieden waar Eelke met zijn 10 jaar dankzij zijn hoge rating tegenwoordig mee in schaakcompetitie is en voor wie hij zijn voetbalteam op de zaterdagmorgen in de steek laat ...
Is dit beeld misschien een antwoord op de vraag waarom het ene na andere goedbedoelde initiatief om de jeugd massaal aan het schaken te brengen steevast tot mislukking gedoemd lijkt? En, om helemaal eerlijk te zijn, als je dit ziet: moesten we daar misschien ook niet een kleín beetje blij om zijn? Jammerlijk is het natuurlijk wel: het zorgvuldig door de bijkans complete schaakwereld gepredikte nieuwe en frisse imago van de schaaksport na de wereldtitel van hunk Magnus Carlsen met een enkel plaatje naar de verdommenis geholpen - in één klap ben je weer terug bij af. Niettemin, wat een fantastische foto.
Begrijp mij goed, dit is geenszins respectloos bedoeld. Hoe zou ik durven? Links op de foto zien we de geachte Maarten Etmans uit het Friese Ferwert, die met zijn surplus van 64 levensjaren Eelke even hardhandig op zijn plaats zette. Om over de ander maar te zwijgen, dat is de in Duitsland woonachtige Rus Vladimir Epishin die voortdurend aan de eerste borden te vinden was, wat wil je ook: internationaal grootmeester en een FIDE rating van 2550!
Er is trouwens hoop. Meteen als ik op de site doorklik naar de volgende foto, stuit ik op het beeld hieronder. Commentaar overbodig. Behalve dan dat hiermee toch weer het unieke en de charme van diezelfde schaaksport aangetoond is; uitersten als daar zie je ze nergens.
Dit is Iozefina Paulet. Vrouwelijk grootmeester. Tegen haar speelde Eelke onderstaande opvallende partij.